Bijdrage Carola Schouten aan het plenair debat Wijziging Verdrag EU mbt stabiliteitsmechanisme, ESM

dinsdag 22 mei 2012 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carola Schouten aan een plenair debat met minister Jan Kees de Jager van Financiën

Onderwerp:   Wijziging Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie m.b.t. een stabiliteitsmechanisme + Verdrag tot Instelling van een Europees Stabiliteitsmechanisme + Incidentele suppletoire begroting ESM

Kamerstuk:   33 220, 33 221, 33 215

Datum:            22 mei 2012

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Voorzitter. De eurocrisis woekert voort. Echt perspectief lijkt met de dag verder weg voor de Grieken, maar bijvoorbeeld ook voor Spanje, waar de jeugdwerkloosheid dramatische proporties heeft aangenomen. De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat de economieën van de Europese lidstaten in de eurozone onderling zozeer verschillen dat het overeind houden van een stabiele gezamenlijke munt grote inspanningen vergt en zelfs niet meer vanzelfsprekend is.

Daarmee is de vrees van de ChristenUnie en haar voorgangers gegrond gebleken. Gert Schutte zei het in 1997 als volgt: "De grote lidstaten hebben in EMU-verband toch een belangrijke stem in het kapittel en zullen geneigd zijn om primair te kijken naar zaken die zij voor de binnenlandse politiek van belang vinden. Ik betwijfel of het mogelijk is om die neiging door papieren afspraken in toom te houden en als de verschillen tussen de deelnemende landen groter worden, neemt ook het risico van een mislukking van de EMU toe."

Niet voor niets waren de ChristenUnie en haar voorgangers, het GPV en de RPF, tegen de invoering van de euro en later tegen de toetreding van Griekenland tot een eurozone. Ik zeg dit niet om achteraf het gelijk van de ChristenUnie te halen, maar hieruit blijkt wel dat wij met een realistische blik naar de huidige situatie moeten kijken. De euro is een feit en we kunnen dus niet om de zoektocht naar een oplossing voor de crisis heen, maar bij het zoeken naar oplossingen moeten wij ook eerlijk blijven kijken naar wat de onderliggende oorzaken waren.

Vandaag spreken wij in die zoektocht over een oplossing via de instelling van een permanent noodfonds. Het tot stand komen van een permanent noodfonds moet hand in hand gaan met snelheid, maar bovenal met zorgvuldigheid. Er is immers geen weg terug. Het moet dus goed geregeld zijn. De ChristenUnie heeft op een aantal punten grote twijfels over het voorliggende verdrag, met name ten aanzien van het budgetrecht van de Kamer, de democratische controle op het noodfonds en de externe accountantsfunctie.

Ik zei al dat er bij de instelling van het permanente noodfonds geen weg terug is. Waarom eigenlijk niet? Zelfs het EU-verdrag kent een uittredingsbepaling. In de schriftelijke ronde heeft de ChristenUnie-fractie deze vraag ook gesteld. De minister stelt dat uit de Europese verdragen naar voren komt dat de invoering van de euro door een EU-lid een onomkeerbare handeling dient te zijn. Je kunt volgens de minister dus wel in de euro, maar niet uit de euro. Formeel is dit juist, maar intussen wordt door iedereen, inclusief het IMF, rekening gehouden met een eventuele exit van Griekenland uit de euro. De ChristenUnie-fractie vraagt dus nogmaals waarom er geen uittredingsbepaling is.

Als de Kamer vandaag instemt met het ESM en de suppletoire begroting, wordt er, zoals in het verdrag staat, onherroepelijk en onvoorwaardelijk 40 mld. ter beschikking gesteld aan het noodfonds. Terecht stelt de Raad van State dan ook dat het in het licht van het grondwettelijke budgetrecht van de Kamer gewenst is dat de Staten-Generaal betrokken worden bij de besluitvorming door de ESM-organen over de effectuering van deze claim. Juist als de nood aan de man is en er snel gehandeld moet worden, mist Nederland echter een vetorecht. Een meerderheid van 85% is voldoende om in de spoedprocedure te besluiten over het besteden van geld uit het ESM. Feitelijk zijn er dus drie landen met een veto, namelijk Duitsland, Frankrijk en Italië, terwijl Nederland het nakijken heeft. De ChristenUnie vindt het onacceptabel dat met het ontbreken van het vetorecht Nederland de besteding van 40 mld. aan belastinggeld niet meer zelf mee kan bepalen. Niet voor niets diende ik samen met de heer Irrgang in december een motie in om bij de vormgeving van het ESM vast te houden aan unanimiteit bij de belangrijkste besluiten van het ESM. Juist bij de spoedprocedure kan de minister door het gebrek aan een vetorecht buitenspel staan. Dan staat ook de Tweede Kamer buitenspel. Hoe rijmt de minister dit met het budgetrecht van de Tweede Kamer?

Daarnaast heeft de Kamer met de motie-Schouten/Dijkgraaf gevraagd om duidelijke waarborgen voor publieke externe en parlementaire controle van het straks in werking tredende ESM. De minister wil de rol van het parlement echter niet vastleggen in de wet. Hij wil samen met de Kamer komen tot heldere en eenduidige afspraken, die de mogelijkheid bieden om daar zonder wetswijziging van af te wijken, zoals hij stelt in antwoord op de vragen van de ChristenUnie in het verslag. Wat de ChristenUnie betreft, moet die rol van het parlement in de wet verankerd zijn. Ik krijg graag een reactie op dit standpunt.

Wat de democratische legitimatie van het ESM betreft, sluit de ChristenUnie-fractie zich aan bij de kritiek van de Raad van State. Het ESM heeft een plek gekregen buiten de bestaande rechtsorde en buiten het institutionele kader van de EU. Waarom is daarvoor gekozen? De organen van het ESM kunnen niet in EU-verband ter verantwoording worden geroepen. Het ESM heeft juridische immuniteit. Het Europees Parlement heeft geen rol, de Europese rekenkamer heeft geen bevoegdheid en de minister van Financiën kan niet ter verantwoording worden geroepen voor het functioneren van het ESM als geheel, maar alleen voor zijn eigen aandeel daarin.

De Raad van State noemt dit terecht problematisch. Ik vind dat nog zacht uitgedrukt. Als niemand het ESM ter verantwoording kan roepen, kan de regering toch niet verlangen dat wij zonder de vinger aan de pols te kunnen houden, 40 mld. ter beschikking stellen voor dit permanente noodfonds?

De Raad van State stelt dan ook dat dit noodfonds met al zijn gebreken niet het eindstation kan zijn, maar slechts een tussenoplossing. De minister deelt deze visie niet. Het permanente noodfonds is wat vanavond voorligt en met die permanente status van een noodfonds kan de fractie van de ChristenUnie nu niet instemmen.

Naast het feit dat het ESM niet ter verantwoording kan worden geroepen, is ook de externe controle niet op orde. Afgelopen woensdag, Verantwoordingsdag, herhaalde de Algemene Rekenkamer de kritiek op dit punt. Ik citeer: "In het ESM-verdrag is op dit moment nog niet voldoende geregeld dat een onafhankelijke controle op de effectiviteit van de besteding van het ESM-geld plaatsvindt." In de uitwerking van de by-laws kan aanvullend nog van alles worden geregeld. Ik waardeer de inspanning van de minister op dat punt. De by-laws maken echter geen onderdeel uit van het ESM-verdrag. Ze worden pas vastgesteld na de inwerkingtreding van het ESM. Daaraan kan nu dus geen zekerheid worden ontleend. Ook is niet zeker of er voldoende steun is voor die by-laws. De fractie van de ChristenUnie wil van de minister weten of hij het eens is met de kritiek van de Algemene Rekenkamer. Hoe zal hij borgen dat er wel voldoende steun is voor de by-laws?

Nederland heeft als voorwaarde voor de oprichting van een permanent noodfonds sterk ingezet op verbetering van de begrotingsdiscipline, maar het Verdrag voor stabiliteit, coördinatie en bestuur in de Economische en Monetaire Unie dat op 2 maart 2012 is ondertekend, zal pas na het ESM-verdrag in werking treden. Dat is toch de verkeerde volgorde?

Dat geldt ook voor de wijziging van artikel 136 van het EU-werkingsverdrag. Die wijziging was nodig omdat in sommige lidstaten twijfels bestaan over de verenigbaarheid met het werkingsverdrag als een stabiliteitsmechanisme langdurig en ook buiten crisistijd in stand blijft. Zijn die twijfels gegrond? Zo niet, dan is deze wijziging toch overbodig? Als die twijfels wel gegrond zouden zijn, moet toch eerst artikel 136 worden gewijzigd voordat het ESM in werking kan treden? Ik krijg hierop graag een reactie.

De ChristenUnie heeft grote twijfels over de vormgeving van het permanente noodfonds. Ook de ChristenUnie voelt de urgentie om tot een oplossing te komen voor de crisis, maar snelheid moet gepaard gaan met zorgvuldigheid. Het noodfonds is permanent, toetreden is mogelijk, uittreden niet. Na ratificatie is er geen weg terug en stellen wij onherroepelijk en onvoorwaardelijk 40 mld. ter beschikking aan het ESM. Dat mag geen blanco cheque zijn. De parlementaire betrokkenheid en verantwoording moeten goed geregeld zijn, maar dat zijn ze nu niet.

De fractie van de ChristenUnie kan dan ook niet instemmen met het ESM-verdrag in deze vorm. Ik vraag de minister om terug te gaan naar Brussel, alsnog het veto voor Nederland te regelen en orde op zaken te stellen voor de externe controlefunctie. Pas daarna zou wat de ChristenUnie betreft de eindstemming over dit verdrag moeten plaatsvinden.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

Labels
Bijdragen
Carola Schouten

« Terug

Archief > 2012 > mei