Bijdrage Esmé Wiegman aan het algemeen overleg Kwaliteit Jeugdzorg en macht gezinsvoogd

woensdag 18 april 2012 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Esmé Wiegman-van Meppelen Scheppink als lid van de algemene commissie voor Jeugdzorg aan een algemeen overleg met staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie

Onderwerp:   Kwaliteit van de Jeugdzorg/Macht van de gezinsvoogd

Kamerstuk:   31 839

Datum:            18 april 2012

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Voorzitter. De kwaliteitsbrief is heel vriendelijk geformuleerd, maar eigenlijk mist de brief daardoor scherpte. In de brief draait het allemaal om de klik, maar laten wij niet vergeten dat het in de jeugdzorg vaak om complexe zorgvragen draait. Het is terecht dat de VVD aankaartte dat wij ervoor moeten zorgen dat de structuur op orde is en dat de veiligheid van het kind gewaarborgd is.

Identiteitsgebonden organisaties hebben een grote meerwaarde om voor een klik te zorgen. Zij kunnen de kans op een succesvolle klik vergroten, zegt de staatssecretaris. Spreken over "een grotere kans op" doet volgens mij echter geen recht aan waar het werkelijk om gaat: keuzevrijheid van cliënten en toegankelijkheid van identiteitsgebonden zorg. Dat heeft veel meer om het lijf dan een klik. Het gaat namelijk om de vraag hoe je dat wettelijk en financieel waarborgt. Deze vraag stel ik met name met het oog op de nieuwe situatie waar wij met de transitie naartoe werken. Straks zijn zorgvragers en zorgaanbieders afhankelijk van het inkoopbeleid van gemeenten. Wat kunnen wij op dat punt verwachten?

Ik kom op de kwaliteit en Centra voor Jeugd en Gezin. Laat ik duidelijk stellen dat kwaliteit niet losstaat van kwantiteit: voldoende aanbod, voldoende zorg, is van belang voor de kwaliteit van de zorg die wordt geboden. Het kwaliteitsinstituut wordt op lange termijn bij de ontwikkeling van toetsbare kaders betrokken, maar wat doen wij in de tussentijd? Het gaat om vragen van D66. Er is namelijk op korte termijn duidelijkheid nodig over de kaders waaraan kan worden getoetst. Samenhang met onderwijs en welzijn is ook van groot belang voor de kwaliteit. Waarom staat daarover niets in de brief? Er moet ook veel meer aansluiting worden gezocht bij andere departementen dan bij alleen Justitie, hoe fijn het ook is dat staatssecretaris Teeven vandaag aanwezig is.

Het rapport van het Nederlands Jeugdinstituut over de doorlichting van de basisset van prestatie-indicatoren van de Centra voor Jeugd en Gezin is bekend, maar ik ontvang het graag. In dit kader herinner ik de staatssecretaris aan de heldere motie die ik vorig jaar samen met collega Dijsselbloem over basiszorg in de Centra voor Jeugd en Gezin heb ingediend. Die basiszorg zou het volgende aanbod moeten omvatten: "ondersteuning, voorlichting en advies; een integraal zorgaanbod voor jeugdigen en gezinnen en zo nodig specialistische hulp; samenwerking in zorgaanbod in en om het onderwijs; en een voldoende opgeleid team medewerkers…". Daar gaat het om en dat moeten wij vaststellen.

Het versterken van de eigen kracht en de sociale netwerken staat centraal in alle ondersteuning en zorg, schrijft de staatssecretaris. Juist omdat het versterken van de eigen kracht zo belangrijk is, heeft mijn collega Voordewind destijds een netwerkberaad van familie en vrienden in de wet laten vastleggen. Je bent er namelijk niet met te zeggen dat het versterken van de eigen kracht en de sociale netwerken centraal staat. Het is belangrijk om uit te spreken wie de regie heeft en wat er gebeurt om de regie in eigen kring te houden of allereerst maar eens te krijgen.

Ik verwijs ook graag naar het onderzoek van onder anderen de heer Lambert -- hij heeft ook gesproken op het onderzoekscongres over jeugdzorg -- waaruit blijkt dat methoden slechts 15% van het effect uitmaken en de klik 30%. Factoren zoals steun en invloed van het netwerk maken 40% uit. In dat licht verwacht ik dan ook krachtige maatregelen om de eigen regie te versterken. Eerder hebben wij de regering in een motie verzocht om gemeenten te adviseren, het beleggen van een netwerkberaad van familie en vrienden te waarborgen zodat zij burgers kunnen faciliteren om een eigen plan te maken. De staatssecretaris herinnert zich natuurlijk ook dat wij het nut van het netwerkberaad hebben aangekaart tijdens het debat over de overheveling van de begeleiding van de AWBZ naar de Wmo.

De staatssecretaris is erg helder over het nut van een databank met daarin bewezen effectieve interventies met een erkenning van het Nederlands Jeugdinstituut. Tegelijkertijd wordt ook de moeilijkheid van bewezen effectieve methoden benadrukt. Hoe verhoudt zich dit tot elkaar? Hoe gaat de staatssecretaris daarmee om? Ik merk ook dat het een hele klus is om toegelaten te worden tot die databank, zodat je officieel een erkenning van het NJi hebt. Dat is weleens jammer, want soms ontstaan er heel mooie en effectieve methodes. Zelf denk ik bijvoorbeeld aan de love limits-methode. Het betreft een weerbaarheidstraining voor meiden die een verhoogd risico lopen om met grensoverschrijdend gedrag te maken te krijgen of die met prostitutie in aanraking zijn geweest. Het project loopt goed, maar het is destijds niet ontwikkeld met het oog op een NJi-erkenning. Nu moet daarom een heel formele procedure plaatsvinden en dat kost veel geld. Je komt dus in allerlei dure bureaucratische zaken terecht. Als wij het echter allemaal goed en belangrijk vinden, waarom maken wij het dan niet beter mogelijk?

Mevrouw Van der Burg (VVD): Dit pleidooi verbaast mij een beetje. Een van de problemen in de jeugdzorg is namelijk dat wij juist nauwelijks weten of het effectief is of niet. Dan is er toch juist alle reden om ervoor te zorgen dat het wat minder bureaucratisch wordt in zo'n sector en dat ook juist wordt bekeken of het effectief is? Anders blijven wij kinderen iets aandoen wat achteraf helemaal niet goed blijkt te werken. Ondersteunt mevrouw Wiegman dat uitgangspunt? Ik raak namelijk een beetje in de war van haar betoog.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Dat uitgangspunt ondersteun ik zeker, maar dan moeten wij deksels goed opletten dat wij niet een bepaalde vorm van bureaucratie creëren die drempelverhogend werkt voor organisaties met goede ervaringen die zeggen: wij willen graag een verbeteringsslag maken, maar wie helpt ons aan bijvoorbeeld €30.000 voor bepaalde lesmethoden om de puntjes op de i te zetten om een erkenning te krijgen? Vaak gaat het veel meer om een formele slag die moet worden gemaakt, dan dat je zegt: het is een wat louche organisatie; wat is dat voor een waardeloos programma? De vraag is wie de kosten voor zijn rekening neemt. Scholen zeggen bijvoorbeeld dat zij blij zijn met zo'n weerbaarheidstraining, die is succesvol, maar vaak is het voor scholen wel heel lastig om allerlei trainingen te betalen. Het is dus de vraag hoe je de bureaucratische lasten en de kosten verdeelt. Op zich willen wij graag een goede erkenning.

Mevrouw Van der Burg (VVD): Ik schrik hiervan, want wij weten dat een heleboel dingen niet effectief zijn terwijl die wel als effectief worden gepresenteerd. Ik merk het volgende op over de kosten. Het valt mij op dat nieuwe aanbieders die veel goedkoper werken in de zorg, wel geld hebben om hun bewezen methode te laten zien. Het lijkt mij dat er een cultuuromslag moet plaatsvinden om het te regelen. Als het iets minder bureaucratisch kan, dan ben ik daar altijd voor. Ik wil echter geen loophole creëren zodat weer niet effectief wordt gewerkt. Daar ben ik sterk op tegen.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Ik ben groot tegenstander van niet-effectieve methoden. Mevrouw Van der Burg hoeft dus niet van mij te schrikken. Het is voor mij wel de vraag hoe je voorkomt dat je bureaucratische drempels en kostendrempels opwerpt voor organisaties die effectief zijn en goed functioneren, maar eigenlijk net niet de slag kunnen maken.

Ik sluit mij gemakshalve aan bij de goede vragen die de SP over de gezinsvoogd heeft gesteld. Ik sluit mij ook aan bij de vragen die over waarheidsvinding zijn gesteld.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.


Labels
Bijdragen
Esmé Wiegman

« Terug

Archief > 2012 > april