Bijdrage Joël Voordewind aan het algemeen overleg Meerjarige Strategische Plannen 2012-2015

woensdag 18 april 2012 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Joël Voordewind als lid van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken aan een algemeen overleg met staatssecretaris Knapen van Buitenlandse Zaken

Onderwerp:   Meerjarige Strategische Plannen 2012-2015

Kamerstuk:   32 605

Datum:            18 april 2012

De heer Voordewind (ChristenUnie): Voorzitter. Een opmerking vooraf. Wij hebben op 30 maart 2012 een brief gehad van het kabinet ter bevestiging dat het kabinet de 0,7% aanhoudt. Naar aanleiding van de motie daarover staat er in de brief nog eens dat het gaat om een commitment zolang dit kabinet er zit. Er staat: in deze kabinetsperiode. Dat is trouwens overeenkomstig de motie. Is mijn conclusie gerechtvaardigd of juist dat deze brief de lijn van 0,7% garandeert, ook na de komende bezuinigingsperiode, zo vraag ik de staatssecretaris. Als wij een "nee" als antwoord op die vraag krijgen, gaan wij dit debat waarschijnlijk volgende week overdoen. Dat zou jammer zijn van de tijd van de staatssecretaris en die van de Kamer.

Jammer dat de SGP hier niet aan tafel zit. Anders had ik die vraag ook aan hen gesteld. Collega Kees van der Staaij heeft eerder heel duidelijk uitgesproken dat er wat hem betreft geen bezuinigingen moeten komen op ontwikkelingssamenwerking. Ik kan hem dat helaas niet vragen.

Dan de plannen die er nu liggen. Het is goed dat het kabinet de plannen beperkt tot vijftien landen en dat er op speerpunten wordt ingezet, die wij overigens in grote lijnen kunnen steunen. Voedselzekerheid is heel belangrijk. Dat kwam ook uit de IOB. Het is goed dat wij voedselzekerheid in Afrika weer volledig centraal stellen. De pijn ligt natuurlijk bij het onderwijsprogramma. Daarover hebben wij eerder woorden met elkaar gewisseld. Mijn vraag over onderwijs blijft de volgende. Ik begrijp dat de staatssecretaris niet het gehele onderwijs loslaat. Zo staan de beroepsopleidingen nog steeds in de programma's. Mijn vraag gaat ook over het toeleiden naar het basisonderwijs van de kinderen die wij op dit moment nog niet bereiken met de doelstellingen van Millennium II, namelijk iedereen naar school. Het gaat met name om gehandicapten en kinderen die arbeid verrichten. Gelukkig heeft de staatssecretaris samen met de minister geld vrijgemaakt voor de Child Labor Free Zones. Mijn fractie is daar erg blij mee. Dit geld houdt echter volgens de planning op in 2012. Is de staatssecretaris bereid om ook in 2013 de fondsen als het gaat om toeleiding van kinderen in kinderarbeid naar het basisonderwijs door te zetten? Graag een reactie op dat punt.

Ik vraag mij ook even af of Nederland met de keuzes die nu zijn gemaakt voor landen en thema's ook een soort leaddonorschap op zich heeft genomen. Ik vraag dat naar aanleiding van de Parijse verklaring om dat vooral te doen. In welke landen heeft Nederland een leaddonorschap bij een thema of misschien zelfs een klant? Als wij daar naartoe willen, moet het aantal landen nog verder beperkt worden, misschien wel van vijftien naar zes. Als Nederland een leaddonor wil zijn voor één land, moet het de fondsen nog verder concentreren. Verschillende adviezen zeggen dat Nederland dat misschien wel moet doen. Dan kun je immers echt invloed uitoefenen op een land. Dan zit je echt aan tafel. Dan kun je echt de voedselzekerheid vlot trekken. Graag een reactie.

Een andere opmerking vooraf is die over de begrotingssteun. Ik zie dat het kabinet heel duidelijke stappen zet om juist de algemene begrotingssteun af te bouwen. Als ik het goed heb, blijft alleen nog maar Burkina Faso over in 2013. Misschien is daar nog een land bij. Dan hoor ik het graag. Dat heeft de grote steun van mijn fractie. Wij zien juist vanwege de grote corruptie en de mensenrechtenschendingen dat bij hulp van overheid naar overheid geen blanco cheques moeten worden verstrekt. De hulp moet dan sowieso beperkt worden tot sectorale steun, zoals ik in verschillende eerdere overleggen heb bepleit.

Over Rwanda hebben wij al verschillende keren gesproken. Er zijn inderdaad berichten dat belangrijke getuigen tegen Victoire Ingabire gemanipuleerd en geïntimideerd zijn om een verklaring af te leggen. Graag een reactie van de staatssecretaris. Dit zou wederom bevestigen dat, hoewel wij de justitiële keten proberen te versterken, dit soort dingen daar nog steeds gebeurt. Dat voedt mijn argwaan om mee te werken aan dit schijnproces tegen een Nederlands-Rwandese vrouw. Nederland heeft zelfs documenten aangeleverd en heeft zelfs een huiszoekingsbevel toegestaan. Ik ben dus zeer kritisch als het gaat om de sectorale steun voor Rwanda.

Ook aan Uganda geven wij nog steeds sectorale steun. Ook daar zijn nog steeds grote problemen als het gaat om mensenrechten, politieke gevangenen, persvrijheid et cetera. Wij zijn daar nog steeds heel kritisch over.

Ik zie dat het kabinet alweer overweegt om de bilaterale hulp aan Mali te hervatten. Klopt dat? Ik vraag mij af of dat nu al aan de orde is, gezien de grote onrust.

Over de motie van ondergetekende over het vergroten van expertise op het terrein van ontwikkelingssamenwerking en ambassades vraag ik hoe het met de uitwerking staat. Als wij inzetten op vijftien ambassades, gaat de staatssecretaris dan ook expliciet deskundigheid op die ambassades zetten zodat wij echt aan de slag kunnen? Het gaat dan toch niet om algemene diplomaten?

Mijn laatste punt gaat over mensen met een beperking. Dank voor de reactie op het rapport van de Wereldbank. Ik zie dat de Nederlandse regering geld beschikbaar stelt, maar hoe vertaalt zich dat nu in de eigen Nederlandse ontwikkelingsprogramma's als het gaat om de toegankelijkheid van mensen met een handicap tot de bilaterale programma's die wij financieren?

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.


Labels
Bijdragen
Joël Voordewind

« Terug

Archief > 2012 > april