Bijdrage Gert-Jan Segers over het algemeen overleg Mensenhandel

woensdag 03 september 2014 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers als lid van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie aan een algemeen overleg met minister Opstelten van Veiligheid en Justitie en staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie

Onderwerp:   Mensenhandel

Kamerstuk:    28 638

Datum:           3 september 2014

De heer Segers (ChristenUnie): Voorzitter. Ook ik heb nog heel levendige herinneringen aan mensen die uit holen kropen. Het is schokkend dat dit ook Europa is. Het ging om jongens en meiden met een enorm ondergewicht, die lijmsnuivend uit mensonterende situaties kropen. Tegelijkertijd verkeren we in de wetenschap dat er geld beschikbaar is. Ik wil dat het kabinet in Europees verband druk uitoefent op Roemenië en Bulgarije om te kijken naar de besteding van die gelden en zich in te zetten voor betere omstandigheden van deze mensen.

Ook als het gaat om Nederlandse slachtoffers van mensenhandel, is het altijd van belang om voorbij het jargon en voorbij de cijfers te kijken. Ik wil de Nationaal Rapporteur danken voor de cijfers. We hebben die cijfers nodig om te zien hoe groot het probleem is. Het is een enorm probleem. We hebben steeds beter zicht op de omvang daarvan. Tegelijkertijd moeten we ons altijd weer de verhalen en het menselijke gezicht daarachter voor de geest halen. Soms helpen organisaties daarbij. Pas kreeg ik twee posters toegestuurd van Loesje. Samen met Free a Girl heeft Loesje posters gemaakt met de tekst: «Was dat een knipoog of een noodkreet». Op een andere poster staat: «De wallen; niet alles wat je in de etalage ziet is koopwaar». Ze hebben nog veel meer posters die ons iedere keer eraan herinneren om voorbij de cijfers te kijken en voorbij de schone schijn van wat we op het eerste gezicht zien, om te luisteren naar verhalen van slachtoffers en om ons blijvend in te zetten in deze ontzettend belangrijke strijd tegen mensenhandel. Ik weet dat het een prioriteit van het kabinet is. Ik weet dat we elkaar heel vaak vinden in die strijd. Wat mij betreft is dit dan ook een aanmoediging.

Dank voor de vorderingen, ook op het gebied van het verwijsmechanisme, dat ons helpt om zicht te krijgen op de hiaten in ons systeem. Dank voor de uitvoering van de motie van collega Van der Staaij en mij over de voortzetting van de financiering van uitstapprogramma’s (33 750-VI, nr. 80). Een belangrijke aanbeveling van Europa is immers om alternatieven te bieden voor werken in de prostitutie. Maar er zijn nog wel zorgen, zeker als het gaat om kinderen. We hebben het rapport gezien. Daaruit blijkt dat 160 kinderen kwijt zijn en verdwenen zijn uit de COA-opvang en dat 146 kinderen in 2012 zijn vertrokken met onbekende bestemming. Opgeteld gaat het om tien schoolklassen. Heeft dit prioriteit? Hebben wij hier zicht op? Is er een AMBER Alert uitgegaan? Als er één Nederlands kind uit het zicht verdwijnt, zijn we ontzettend bezorgd, en terecht! Maar hierbij gaat het om veel meer kinderen. Welke opsporing heeft er plaatsgevonden? Wij hebben daar grote zorgen over. Graag wil ik dat het zoeken naar hen meer urgentie krijgt.

Het belang van het kind moet de eerste overweging zijn bij de aanpak van kinderhandel. Hiervoor hebben we een aangrijpend verhaal over kinderhandel gehoord van iemand die dat ook op allerlei andere plekken zal vertellen. Drie fracties hebben daarnaar geluisterd. Het is schokkend dat kinderhandel ook in Europa plaatsvindt. Tegelijkertijd signaleert de Nationaal Rapporteur dat het aantal minderjarige vreemdelingen dat gebruikmaakt van de B8-regeling daalt. Hoe kindvriendelijk is onze B8-regeling? Staat het belang van het kind voorop? Het geringe gebruik van de regeling en de kritiek van internationale organisaties als UNICEF en ECPAT moeten de Minister toch onmiddellijk in beweging brengen?

Graag willen wij een kindvriendelijke B8-regeling. Ik hoor graag hoe het kabinet de handschoen oppakt.

Het rapport van GRETA is kritisch over het Nederlandse beleid, dat een verbinding legt tussen het bieden van hulp aan een slachtoffer en de verplichting om aangifte te doen. Organisaties die hulp verlenen schrijven bovendien dat de aangiftebereidheid daalt. Hoe komt dat? Waarom is er sprake van een afname? Is de Staatssecretaris bereid om onderzoek te doen naar de vraag hoe het aangiftebeleid kansrijker kan zijn? Hoe gaat hij waarborgen dat de bedenktijd die slachtoffers dienen te krijgen, er ook daadwerkelijk is? Er vindt bijvoorbeeld heel vaak een seponering plaats in «Afrikaanse gevallen». Daarbij gaat het om mensen met een Afrikaanse achtergrond die met een verhaal komen dat niet direct te checken is. In dat soort gevallen wordt er heel snel geseponeerd. Wordt er voldoende geluisterd? Wordt hun verhaal voldoende serieus genomen?

Ik kom op het grenstoezicht. Toen de nucleaire top in Nederland plaatsvond, was er extra grenstoezicht in Nederland. Dat had als resultaat dat er honderd mensen zijn aangehouden voor mensenhandel, mensensmokkel en vervalste papieren. Grenstoezicht is een van de barrières in ons barrièremodel. Waarom kon het toen wel? Het leverde ook heel veel op. Waarom kan het heel vaak niet? Ik denk dat dit een vraag is voor de Staatssecretaris. Waarom was grenstoezicht rond die top wel mogelijk? We zagen wat het opleverde. Waarom is het de rest van het jaar zo veel moeilijker? De Minister heeft gezegd dat het onderwerp thuisprostitutie kan worden meegenomen in de nulmeting en dat er daarna verder onderzoek kan plaatsvinden. Komt dat onderzoek er? We horen namelijk heel vaak signalen dat er met het strengere toezicht op het legale, zichtbare deel van prostitutie bijvoorbeeld in Utrecht en in Amsterdam een verschuiving plaatsvindt naar het niet-vergunde deel, namelijk naar thuisprostitutie, waarop veel minder zicht is. Vrouwen en mannen zijn bij thuisprostitutie veel kwetsbaarder voor uitbuiting. Ik denk dat dit onderwerp een hogere prioriteit, beter toezicht en meer inzet verdient. Ik vond de Minister wel heel erg terughoudend en afhoudend als het ging om de inzet en het toezicht.

De situatie in Den Haag waarbij de gemeente een bindend werkadvies geeft, verdient speciale aandacht. Als er signalen van mensenhandel zijn en er sprake is van dwang in de prostitutie, zonder dat het tot een aangifte leidt en zonder dat het tot vervolging leidt, gaat de gemeente over tot een zogenaamd «bindend werkadvies». Zij zegt dan: u mag hier niet meer werken. Wat er feitelijk gebeurt, is dat de gemeente Den Haag het straatje schoonveegt en zegt: die mensen kunnen hier niet meer werken, dan zijn wij er mooi vanaf. Maar vervolgens gaan die vrouwen – meestal zijn het vrouwen – elders werken en is er geen zicht meer op. Dat is toch heel onbevredigend? Daarmee verliezen we mensen uit het oog die we misschien juist wel heel erg in het oog moeten houden. Wat mij betreft is dit een onderwerp van gesprek als de Minister met de gemeente Den Haag spreekt over prostitutiebeleid en als de grote steden bij elkaar komen. Ik vind dit namelijk echt een vorm van je straatje schoonvegen, wat eigenlijk niet kan.

Ik sluit mij aan bij de vragen over ontnemingen in het buitenland. Ik heb herhaaldelijk gehoord dat het heel lastig is en dat er heel veel hobbels moeten worden genomen. Het moet veel makkelijker zijn om mensen die grof geld verdienen aan grof onrecht, veel harder te treffen in hun portemonnee.

De Minister zei over een onderzoek naar de relatie tussen legale prostitutie en de omvang van mensenhandel: ik heb het gevraagd aan het WODC en dat ziet het niet zitten. Ook dat onderzoek wordt dan weer meegenomen in een nulmeting en zou eventueel kunnen plaatsvinden. Tegelijkertijd heeft de Nationaal Rapporteur gezegd dat het wel heel erg belangrijk is dat we veel beter weten hoe effectief welk beleid is. Dat zijn ook de aanbevelingen van het Europees parlement en van de Raad van Europa geweest. Is het geen kans om de Nationaal Rapporteur te vragen om een eerste inventarisatie te maken? We worden soms doodgegooid met cijfers over de effectiviteit van verschillend beleid, maar we weten vaak niet hoe effectief het is. Ik zou het wel heel erg graag willen weten.

Ik denk dat we het allemaal zouden willen weten. Ik kom op mijn laatste vraag. Ik heb al eerder gevraagd naar het sluiten van de tippelzones. Er zijn nog een paar tippelzones over, bijvoorbeeld in Utrecht, Arnhem en Groningen. De Minister heeft gezegd dat hij daarover gaat spreken met de gemeenten. Daar is over gesproken, maar het is mij niet duidelijk of de tippelzones worden afgebouwd. Staan ze op het punt om gesloten te worden? Daar zou ik graag meer over willen horen.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

Labels
Bijdragen
Gert-Jan Segers
Justitie

« Terug

Archief > 2014 > september