Bijdrage Pieter Grinwis aan debat over ‘Vliegvuur op Scheveningen’

scheveningen-vreugdevuur.pngdonderdag 17 oktober 2019

Voorzitter. Het is 17 oktober 2019. Weliswaar pas de eerste raadsvergadering en daarmee vuurdoop voor onze waarnemend burgemeester Remkes in onze raad, maar inmiddels de 288e dag voor Scheveningers die nog altijd op een schadevergoeding van de gemeente wachten. Ik kan daar eerlijk gezegd niet bij.

Voorzitter, ik kan daar niet bij als ik denk aan al die Scheveningers die de herinnering aan die rampzalige nacht het liefst zo ver mogelijk wegdrukken.  Ik denk aan het verhaal van een mevrouw, die vertelde: “Overal waar ik keek kwam er vuur naar beneden. We hebben geluk gehad dat niet het hele dorp in de fik is gegaan.” Hoe zij op een normale manier naar de komende jaarwisseling toe kan leven, weet ze nog niet. De afgelopen maanden vond ze nog elke dag vuurkooltjes in haar tuin. 17.000 euro aan schade had deze Scheveningse, die gelukkig geheel werd vergoed door haar verzekeraar. Maar, voorzitter, haar buren hadden minder geluk. Die moesten vijf maanden hun huis uit, omdat het onbewoonbaar was geworden door de vonkenregen. Ongevraagd kwamen ze plotsklaps op straat te staan. Haar buurvrouw lukte het sinds de ingrijpende nacht niet meer om aan het werk te gaan. En daar bovenop hadden ze maar liefst 50.000 euro schade, waarvan tot op heden slechts een deel vergoed is. Voorzitter, dat gun je toch niemand? Hoe heeft het dan zo ver kunnen komen?!

In januari heb ik het college in deze zaal dringend op het hart gedrukt: laat geen vacuüm ontstaan tussen verzekeraars en de gemeente; wees ruimhartig; ga niet tegenover, maar náást de getroffen Scheveningers staan. En het college zou ruimhartig met schrijnende gevallen omgaan. Maar, zo vraag ik me af, wat is volgens het college eigenlijk de definitie van een schrijnend geval? Blijkbaar was niet meer in staat zijn te werken, vijf maanden je huis uit en 50.000 euro aan schade nog geen schrijnend geval. Voorzitter, dat is niet uit te leggen en komt voort uit de afwachtende en daarmee lakse houding van het college en de gemeente sinds die nacht van de vlammende vuurstapels, vlagen vliegvuur en vurige vonkenregens.

In januari wilde het college wachten tot de Onderzoeksraad duiding had gegeven over de aansprakelijkheid, pas dan zou de gemeente daadwerkelijk gaan vergoeden als mensen geen claim bij hun verzekeraar konden indienen. De Onderzoeksraad heeft echter geen onderzoek gedaan naar aansprakelijkheid, dat wist het college drommels goed. Enfin, nu het messcherpe OvV-rapport er dan ligt, past het het college heel duidelijk en ondubbelzinnig tegen deze gedupeerde Scheveningers te zeggen en te laten zien: wij zijn er voor jullie.

Om dat aan te moedigen een motie met als dictum:

verzoekt het college:
zo snel mogelijk alsnog een schadevergoeding aan getroffen bewoners die nog niet (volledig) zijn schadeloos gesteld uit te keren en daarbij de menselijke maat te hanteren;
gedupeerden die weliswaar schade kunnen verhalen bij hun verzekeraar, maar wel kosten hebben als gevolg van eigen risico en verminderde no-claimkorting, tegemoet te komen en deze kosten te compenseren,

En deze motie is mede ondertekend door collega Wijsmuller, Barker en Koster.

Geen gedoogcultuur meer
Voorzitter, uit het rapport van de Onderzoeksraad werd ook duidelijk hoe rampzalig de gevolgen zijn van het eindeloze gedogen, dat pappen en nathouden door de gemeente. Dat was niets anders dan spelen met vuur. De gemeente heeft “nooit echt grip gekregen op het proces”, zo schrijft de Onderzoeksraad eufemistisch. Dijsselbloem zei het wat minder cryptisch: “Als de bouwers van de vreugdevuren jaar na jaar de indruk krijgen dat de afspraken niet worden gehandhaafd, dan geef je het signaal af dat de deur wagenwijd openstaat om je gang maar te gaan.” Dit is volgens hem de ‘oerzonde’ van Haagse bestuurders geweest. De gemeente dacht met gedogen de situatie veiliger te maken, maar het tegendeel bleek het geval. Het merendeel van de bouwers had geen benul van de gemaakte afspraken. Een nietszeggend convenant leidde tot niets anders dan schijnveiligheid.

Voorzitter, dit zijn harde constateringen. Laten we daar dan ook harde conclusies aan verbinden. Ik ben helemaal klaar met dat pappen en nathouden. Om maar de lieve vrede te bewaren, heeft de gemeente, heeft de toenmalige burgemeester verzaakt in te grijpen op momenten dat dit meer dan nodig was. “Een overheid die steeds weer de lieve vrede vooropstelt, loopt echter het risico dat de brutaalsten daar rekening mee gaan houden, ten koste van - kwetsbare - medeburgers”, zo verwoordde Aukje van Roessel het treffend in de Groene Amsterdammer.[1]

En dat mag niet gebeuren, voorzitter, dat medeburgers de dupe worden van een gemeente die liever gedoogt dan ingrijpt. De ChristenUnie/SGP pleit daarom niet alleen voor gezaghebbend doorpakken bij toezicht en handhaving op alle Haagse evenementen en activiteiten, wij willen ook dat goed in beeld wordt gebracht hoe ver de gedoogcultuur eigenlijk in het Haags gemeentebeleid is doorgedrongen, zodat we daar een einde aan kunnen maken.

Daarom een motie met als dictum:

verzoekt het college:
alle evenementen en activiteiten, die op gemeentelijk niveau min of meer gedoogd worden, en toezicht en handhaving daarop tegen het licht te houden, daarbij aan te geven welke beweegredenen onder deze houding ten grondslag liggen en de raad daarover te rapporteren,

Deze motie dien ik samen in met collega Barker en Koster. 

Uitwerking aanbevelingen
Voorzitter, de Onderzoeksraad is duidelijk geweest: het had de afgelopen jaarwisseling totaal anders gemoeten. Het college herkent en erkent de kritiek van de Onderzoeksraad en heeft de aanbevelingen, bijna traditiegetrouw, overgenomen.

Maar voorzitter, de aanbevelingen en dus ook het overnemen daarvan laten nog de nodige ruimte voor concretisering en uitwerking. Het is zaak daar als raad en stad snel meer duidelijkheid over te hebben. Bovendien worden er geen specifieke aanbevelingen gedaan wat betreft het volgen van bijvoorbeeld Arbo- en milieuwetgeving. En dat lijkt me wel op zijn plaats, want één ding was wel duidelijk de afgelopen jaren: zoals aan de vuurstapels werd gebouwd, zo gebeurt dat niet op willekeurig welke bouwplaats dan ook in onze stad. Daarom de motie met als dictum:

Verzoekt het college:
-een uitwerking van de verschillende overgenomen aanbevelingen schriftelijk aan de raad te doen toekomen, waarbij in ieder geval de concrete vergunningsvoorwaarden, het uitgewerkte handhavingsplan en de strikte rolverdeling, waaruit duidelijk wordt welke rol de gemeente op welk moment aanneemt, duidelijk worden;
-hierbij ook aandacht te besteden aan andere wet- en regelgeving, zoals Arbo- en milieuwetgeving

Samen met collega Barker, Wijsmuller, De Graaf en Koster.

Betrekken brandweer
Voorzitter, uit het rapport bleek dat de brandweer onvoldoende betrokken was bij de voorbereiding van de vreugdevuren.

Daarom samen met collega Barker, Mahmood en Koster een motie met als dictum:

verzoekt het college voortaan bij alle vergunningaanvragen van evenementen, waarbij vuur(werk) een belangrijke rol speelt, advies in te winnen bij politie en brandweer alvorens de vergunning te verlenen.

Ten slotte
Voorzitter, ik kan mij de eerste jaarwisselingen als Hagenaar in wording nog levendig herinneren. Van de oorverdovende herrie en rook op het Lorentzplein tot de vele vuurtjes en vuren in de buurt van het Soestdijkseplein, waar ik een jaar later woonde. En dan te bedenken dat het in vroeger jaren nog veel en veel erger was, zoals de Onderzoeksraad onderkoeld, maar treffend beschrijft. Alleen al tegen die achtergrond, maar ook gewoon omdat het in principe een mooie traditie is, wil mijn fractie vandaag geen streep zetten door de vreugdevuren op het Scheveningse Noorderstrand en Duindorpse Zuiderstrand. Ik ben voor het in stand houden van deze traditie, maar dan wel veilig, vakkundig en verantwoord. Ziet de burgemeester dat ook zo? En klopt het dat gisteren de vergunningsaanvraag vanuit Scheveningen is binnengekomen? Hoe gaat de burgemeester deze aanvraag beoordelen, op basis van welke criteria en hoe welwillend of afhoudend treedt hij de aanvragers tegemoet? Hoe proactief betrekt hij bewoners? En als hij tot een positief oordeel komt, zijn de gemeente, de brandweer en de politie er dan klaar voor? Enfin, mijn collega’s hebben deze en andere vragen ook al gesteld. Daar sluit ik me graag bij aan.

Ik zie uit naar de beantwoording van de burgemeester in eerste termijn en wens de burgemeester, de brandweer en andere betrokkenen sowieso veel wijsheid en daadkracht, van het beoordelen van de vergunningsaanvraag tot het uiteindelijke besluit om de vuurstapel wel of niet - dat kan nadrukkelijk ook - aan te steken.

Voorzitter, we hopen immers vurig dat de komende jaarwisseling voor alle Scheveningers, Duindorpers en andere stadgenoten in tegenstelling tot afgelopen jaarwisseling wel veel vreugde brengt!

Gekoppelde documenten
TitelBestandsgrootteMIME-type
Betrek politie en brandweer bij vergunningen.pdf159,4 kBapplication/pdfdownload
Concrete uitwerking aanbevelingen OvV-rapport.pdf160,8 kBapplication/pdfdownload
Doorlichting gedoogcultuur.pdf158,3 kBapplication/pdfdownload
Tegemoetkomen gedupeerden vreugdevuur.pdf163,8 kBapplication/pdfdownload

« Terug

Reacties op 'Bijdrage Pieter Grinwis aan debat over ‘Vliegvuur op Scheveningen’'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.