Bijdrage André Rouvoet Algemeen Overleg activiteiten Amerikaanse opsporingsdiensten in Nederland

donderdag 31 maart 2011 14:00

De heer Rouvoet (ChristenUnie): Voorzitter. Ik heb dit overleg aangevraagd nadat ik een brief had gevraagd over de via WikiLeaks naar buiten gekomen berichten van de Amerikaanse ambassade over activiteiten van de DEA. Het lijkt mij goed om dit op te helderen, ook al omdat Nederland op het punt van opsporing en bijzondere opsporingsmethoden een heel bijzondere geschiedenis heeft. Er is veel gebeurd. Ik heb het wel eens als volgt samengevat: in de "pre-Van Traa-periode" was de juridische procedure in het geval je aangehouden werd in verband met het rijden zonder achterlicht beter geregeld dan in het geval van een complete infiltratie. Dat laatste was namelijk helemaal niet geregeld. Door de activiteiten van de enquêtecommissie en door de Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden hebben bijna alle methoden die politie en justitie destijds in de praktijk hanteerden, een wettelijke basis gekregen. Hiermee was het goed geregeld en was de crisis in de opsporing voorbij. Als er vervolgens berichten komen dat er dingen gebeuren die niet in de haak zijn, is dat geen reden om direct groot alarm te slaan, maar wel om daar goed naar te kijken. Wij kunnen ons dat soort zaken immers niet meer permitteren.

Destijds werd een uitzondering gemaakt voor criminele burgerinfiltratie en voor het doorlaten ofwel het in het criminele milieu terecht laten komen van drugs; je weet er wel van, maar je grijpt niet in. Onder zeer uitzonderlijke omstandigheden mag dit nog. Er gelden zware procedures. Het College van procureurs-generaal is erbij betrokken. In dit geval is er misschien iets anders aan de hand. Daarover probeer ik duidelijkheid te krijgen in dit overleg.

Ik dank de minister voor de brief. Ik ben het overigens met hem eens dat over het begrip "gecontroleerde afleveringen", zeker in de Engelse benaming "controlled delivery", gemakkelijk misverstanden ontstaan. Wij hebben door de bijzondere geschiedenis onze eigen terminologie ontwikkeld van "gecontroleerde aflevering" en "doorlevering" of "doorlating". Slechts weinig mensen weten nog precies wat waaronder werd verstaan. De termen worden door elkaar gebruikt, laat staan als alles onder de Engelse term "controlled delivery" wordt gebracht. Wij moeten hierop goed bedacht zijn. Mijns inziens terecht omschrijft de minister in zijn brief in hoofdlijnen wat geen gecontroleerde aflevering is en wat dus niet onder een rechtshulpverdrag met de Verenigde Staten hoeft te vallen of waarvoor men geen verzoek hoeft te doen. Toch zijn daarover vragen te stellen. Zit er geen sluiproute in via die pakketjes? Ik ontvang graag een nadere toelichting; hoe ziet de minister dit?

Op zich ben ik het met zijn redenering eens. Echter, ik vraag niet wat geen gecontroleerde aflevering is. Mijn vragen zijn ingegeven door het berichtenverkeer van de ambassade van de Verenigde Staten. Twee aspecten baren mij zorgen. Ik wil mijn bijdrage daarop concentreren. Uit de ambassadeberichten wordt duidelijk dat sinds 2005 sprake is van een trend. Waar voorheen door de Nederlandse autoriteiten niet werd meegewerkt aan gecontroleerde aflevering -- dit werd standaard afgewezen volgens de ambassade -- en dit structureel geweigerd werd, gebeurt dit sinds 2005 wel, en steeds vaker. Ik citeer een paar passages. In de berichten uit 2004 staat: "The Dutch continue to resist use of controlled

deliveries and criminal infiltrants in their investigations of drug traffickers." Naderhand staat er: "Dutch law enforcement has also become much more willing to undertake controlled delivery operations with DEA." Nog weer ietsje later bericht men: "Dutch law enforcement has dramatically improved its acceptance of controlled delivery operations." In 2006 kom ik zelfs het bericht tegen dat de Nederlandse autoriteiten "have responded positively to DEA requests to conduct controlled deliveries without an MLAT request", oftewel een rechtshulpverzoek. Van dat soort berichten word ik niet vrolijk. De houding van de Nederlandse autoriteiten verandert dus, althans in de beleving van de Amerikaanse ambassade. Het gaat om een continue lijn. Dit baart mij zorgen en ik wil dan ook opheldering.

Uit de berichten is ook de teneur af te leiden dat er het een en ander veranderd is in de manier waarop informatie-uitwisseling door de politie plaatsvindt, dus op "police to police"-basis. Dat is keurig geregeld, zoals de minister ook schrijft in zijn brief. Ook in dit geval krijg ik op basis van de berichten de indruk dat het steeds makkelijker gaat. Er vindt een merkwaardig gesprek plaats met John Walters, hoofd van het White House Office of National Drug Control Policy. John Walters is in 2006 in Nederland geweest. Hij heeft gesproken met een aantal mensen; de namen worden genoemd. Van een van deze mensen wordt gezegd: "(he) is extremely pro-US and was instrumental in convincing the GONL to allow DEA agents to co-locate with the National Crime Squad Cocaine Unit". Met dat laatste wordt de Nationale Recherche bedoeld. Het beeld dat hieruit oprijst, is dat dankzij de inspanningen van de Amerikanen en de grote bereidwilligheid van enkele mensen in Nederland, een rechtstreekse informatie-uitwisseling van politie naar politie, zonder tussenkomst of toestemming van het Openbaar Ministerie, steeds gemakkelijker is geworden. Ik wil graag een reactie van de minister op de genoemde punten.

In zijn brief gaat de minister aan deze punten voorbij. Hij geeft alleen een onderbouwing voor de stelling dat de DEA geen onregelmatigheden in Nederland heeft begaan. Ik wil dit graag aannemen, maar mij gaat het om de vraag of de Nederlandse autoriteiten zich aan alle regels hebben gehouden. Hiervoor geldt immers wetgeving. Hoe verklaart de minister de door de Amerikaanse ambassade gesignaleerde verandering sinds 2005 in de houding van de Nederlandse politie? Herkent hij de genoemde aantallen gecontroleerde afleveringen? In zijn brief noemt hij er vijf, maar ik kom met betrekking tot verschillende jaren allerlei verschillende aantallen tegen. Is in al die gevallen sprake geweest van echte gecontroleerde aflevering? Ik vraag dit veiligheidshalve. Zo ja, is in al die gevallen sprake geweest van een rechtshulpverzoek? Kan de minister garanderen dat er geen drugs met medeweten van de Nederlandse politie en justitie in het milieu verdwenen zijn? Ik heb het dan dus over doorlating. Welke betekenis moet ik hechten aan de bijeenkomst over de informatie-uitwisseling, waarvan is gezegd dat het allemaal een stuk soepeler is geworden dankzij een aantal Nederlandse politiemensen die van mening waren dat het allemaal directer kon door contacten tussen de DEA en de mensen van de Directie Internationale Netwerken (DIN) bij de Nationale Recherche een-op-een te laten plaatsvinden, waardoor de officiële regels voor informatie-uitwisseling niet gevolgd zouden zijn?

 

Labels
André Rouvoet
Bijdragen

« Terug

Archief > 2011 > maart