Bijdrage Joël Voordewind aan plenair debat over situatie uitgeproc. asielzoekers tentenkamp Ter Apel

dinsdag 15 mei 2012 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Joël Voordewind in een plenair debat met minister Leers van Immigratie, Integratie en Asiel.

Onderwerp:   Debat over de situatie van uitgeprocedeerde asielzoekers in het tentenkamp bij Ter Apel

Kamerstuk:   19 637

Datum:           15 mei 2012

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Voorzitter. Toen ik het verhaal hoorde en op tv zag dat de tenten gebouwd werden, dacht ik: ik moet erheen. Ik wil die mensen spreken. Ik wil ze vragen waarom ze hier zitten, waar ze vandaan komen en hoe de situatie daar is. Donderdag heb ik dus de auto gepakt en daar rondgekeken. Ik heb gesproken met de mensen in Ter Apel evenals met het COA en de IND aldaar. Ik heb gezien dat daar kinderen zijn. Ik heb gezien dat daar een zwangere vrouw was. Ik heb gezien dat er gebrek was aan water, aan tenten en aan eten.

Kortom: ik heb gezien dat de situatie daar schrijnend was. Ik kwam daar ook nog een PvdA-collega tegen.

Dit moeten wij niet tolereren in een beschaafd land als Nederland. Gelukkig is de minister tot dezelfde conclusie gekomen. Hij heeft ook gezegd dat de situatie onhoudbaar is. Ik hoop dan ook dat wij elkaar vanavond naderen om te bekijken hoe wij uit deze impasse kunnen komen. Wij kunnen de mensen namelijk niet wegdenken of wegvagen. Wij moeten hier tot een oplossing komen.

Het gaat hierbij om mensen. Een aantal van hen kwam rechtstreeks uit de vreemdelingendetentie in Rotterdam, want daar waren zij ook op straat gezet. De minister kwam namelijk zelf tot de conclusie: ik kan ze op dit moment niet gedwongen uitzetten. Daarom waren zij op straat gezet en kwamen zij naar het tentenkamp. Deze mensen hadden keus: op straat zwerven of hun lot aan de wereld laten zien en in tenten gaan zitten.

Waarom gaan zij nu niet terug; waarom zijn zij bang om terug te gaan naar Irak, Somalië etc.? Ik ben persoonlijk zowel in Somalië -- ik heb daar vluchtelingen ontmoet en ken de situatie aldaar -- als in Irak geweest. Ik heb zelf in Noord-Irak gewoond en ik kan mij heel goed indenken dat mensen als de dood zijn om terug te keren naar dit soort landen. Je kunt daarover discussiëren. Er moet individueel getoetst worden; de ChristenUnie heeft daarmee ingestemd. Ik kijk echter naar een ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken uit december 2011. Daarin lees ik dat er tussen de 1400 en 3400 mensen omkwamen door het geweld in Irak. Er vonden minimaal 150 geweldsincidenten per maand plaats. Het ging om politiek geweld, religieus geweld, zware criminaliteit, bomaanslagen, schietpartijen, steekpartijen, ontvoeringen etc. Ik heb daar mensen gesproken die hebben geprobeerd om een einde aan hun leven te maken, omdat zij doodsbang waren om terug te keren naar Bagdad. In het ambtsbericht lees je hoe de situatie in Bagdad is. De veiligheidssituatie is instabiel. De meeste geweldincidenten vonden in Bagdad plaats: bomaanslagen, schietpartijen etc.

Wat doen wij met mensen die doodsbang zijn om terug te keren naar de stad waar zijn vandaan komen, maar die nu uit de opvang worden gezet omdat de minister ze simpelweg niet gedwongen kan uitzetten? Hebben wij in Nederland dan niet de beschaving om te zeggen: wij komen er met elkaar uit? Wij moeten bekijken hoe wij deze mensen in de tussentijd normaal en sociaal in Ter Apel kunnen opvangen. Ik heb het nog gecontroleerd: er is plaats voor deze mensen. Mijn oproep aan de minister is dan ook: laten wij een time-out creëren. Ik wil geen time-out van een weekje zodat wij heel snel het tentenkamp kunnen ontmantelen om de mensen vervolgens alsnog op straat te zetten. Laten wij minimaal een time-out van twee à drie maanden nemen. In die tijd kunnen wij een nieuwe risicoanalyse maken voor bijvoorbeeld de steden Bagdad, Mosul en Basra. Laat de minister dan opnieuw bekijken of de mensen terug kunnen naar waar zij specifiek vandaan komen.

Ik hoop dat wij niet alleen maar als het ware tegen een muur praten, maar dat de minister bereid is om mee te denken. Hij is daartoe bereid, want hij heeft al een time-out van een week aangeboden. Een week is echter geen serieus aanbod. Een time-out zou twee, drie maanden moeten duren. Die tijd zouden wij moeten benutten om te bekijken of er nieuwe risicoanalyse moet worden gemaakt. Ik doe een zwaar beroep op de minister om hier serieus mee aan de slag te gaan.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.


Labels
Bijdragen
Joël Voordewind

« Terug

Archief > 2012 > mei