Bijdrage Arie Slob spoeddebat over de reactie op het rapport Davids

woensdag 13 januari 2010 21:15

De heer Slob (ChristenUnie): Voorzitter. Met grote belangstelling heeft mijn fractie gisteren kennisgenomen van het rapport van de commissie-Davids. We hadden ernaar uitgekeken, niet alleen omdat de commissie een aantal maanden meer tijd nodig had dan in eerste instantie was verwacht, maar ook in het licht van de soms denigrerende wijze waarop sommige fracties de instelling van deze commissie in februari van vorig jaar beoordeelden. Het doet mijn fractie deugd dat het de commissie is gelukt om in alle onafhankelijkheid haar werk te doen en om daarover gelijktijdig aan zowel de regering als het parlement te rapporteren. Dit is naar ik hoop een trendbreuk met de in Den Haag helaas vaak overheersende praktijk dat de inhoud van rapporten en begrotingen al voor aanbieding op straat ligt.

            De fractie van de ChristenUnie wil het rapport van de commissie-Davids serieus nemen. Daar is, gezien het onderwerp en de inhoud, ook alle reden toe. In een eerste, primaire reactie op de bevindingen van het rapport van de commissie-Davids, heb ik namens de fractie van de ChristenUnie geconstateerd dat de commissie haarscherp een besluitvormingsproces inzichtelijk heeft gemaakt waaruit zowel de regering als het parlement lessen kan trekken voor vergelijkbare besluitvormingsprocessen in de toekomst, onder meer over de vraag welke informatie verstrekt moet worden aan het parlement, over de wijze van informatieverstrekking en over het vraagstuk van het volkenrechtelijk mandaat.

            Al in de tijd van en tijdens het debat over de instelling van de commissie werd er druk gespeculeerd over mogelijke uitkomsten van het onderzoek. Ik heb in dat debat namens mijn fractie gezegd dat we pas een oordeel kunnen geven als zowel het eindrapport van de commissie als de kabinetsreactie daarop beschikbaar is. Het eindrapport is nu in ons bezit. Van de zijde van het kabinet hadden we tot een uur geleden slechts teksten die op de persconferentie van gistermiddag door de minister-president zijn uitgesproken. Rapporten als die van de commissie-Davids moeten kunnen rekenen op een goede, zorgvuldige, politieke beoordeling. Politieke conclusies moeten uiteindelijk in het politiek debat tussen Kamer en kabinet, dus in deze zaal, worden getrokken. Mijn fractie betreurt het dat de verklaring van gisteren tot misverstanden heeft geleid en dat het beeld is ontstaan dat het kabinet het rapport niet serieus zou nemen. Mede om die reden zijn wij blij met de brief van het kabinet die we hedenavond hebben ontvangen. Mocht er nog enige onduidelijkheid zijn over de vraag of het kabinet het rapport van de commissie-Davids serieus wil nemen, dan is deze onduidelijkheid wat ons betreft met de inhoud van deze brief weggenomen.

De heer Pechtold (D66): De brief van vanavond gaat met name in op het volkenrechtelijke aspect, maar gisteren, tijdens de presentatie van de premier, en hij schreef vandaag dat dit een eerste verklaring was namens het kabinet, heeft de premier ook andere dingen aangegeven, bijvoorbeeld dat de Kamer adequaat is ingelicht, zowel over de vraag van de Amerikanen als over de informatiepositie van AIVD en MIVD. Deelt u dat? Deelt uw vicepremier dat?

De heer Slob (ChristenUnie): Ik sta hier als voorzitter van de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie. Ik spreek namens mijn fractie. Het kabinet zal straks in zijn eigen termijn het oordeel van het kabinet geven. Dat ga ik hier niet doen. Wat betreft de vragen die zijn opgekomen, ook naar aanleiding van het rapport van de commissie-Davids, vind ik het van belang dat het kabinet een adequate en uitgebreide reactie geeft op alle onderdelen die daarbij horen, dus op alle conclusies die Davids heeft getrokken, 49 stuks in totaal. Alle vragen die onze, uw en andere fracties hebben gesteld, moeten beantwoord worden. Wanneer het kabinet dat heeft gedaan, kunnen wij, met het rapport van de commissie-Davids en de beoordeling van het kabinet, conclusies trekken. Dat zullen wij dus op een ander moment moeten doen dan nu. Ik constateer wel, en ik verwijs naar de brief van het kabinet, dat het kabinet op één onderdeel nu al aangeeft hoe het daarmee om wil gaan. Dat zal, naar ik aanneem, nog verder uitgewerkt worden, maar ik wil het debat zorgvuldig voeren. Dat betekent dat de door de heer Pechtold genoemde onderwerpen op een later moment verder besproken zullen moeten worden.

De heer Pechtold (D66): Dat is nog niet de start van een antwoord op mijn vraag. Ik zal mijn vraag veralgemeniseren. Gisteren heeft de minister-president twee strohalmen in de conclusies van Davids aangegrepen en vervolgens op essentiële conclusies van Davids afstand genomen van het rapport, mede namens uw partij, in die zin, mede name uw vicepremier, die gisteren zelfs bereid was om nog te vertellen dat hij zich geheel aansloot bij de premier. Klopt dat? Met andere woorden, deelt u de mening van uw vicepremier dat de Kamer volledig is geïnformeerd tijdens de Irak-oorlog?

De heer Slob (ChristenUnie): Ik vind dat de heer Pechtold wel zeer eenzijdig citeert uit hetgeen gisteren gezegd is. Ik heb het volledig stenografisch verslag van de persconferentie vandaag tot mij genomen. Ik heb gisteren ook meegeluisterd. Ik heb de minister-president een aantal keren horen zeggen, ook in andere interviews, dat hij op heel veel zaken nog terug zal komen en uitgebreider aan de Kamer zal rapporteren. Ik vind dat wij onszelf ook serieus moeten nemen, mijnheer Pechtold, en gaan debatteren over een rapport van een commissie die bijna een jaar bezig is geweest, niet alleen op basis van eerste reacties, maar op basis van uiteindelijk een volledige kabinetsreactie! Dat zou u volgens mij ook moeten willen.

De heer Pechtold (D66): Dan had u niet gisteren een premier moeten laten spreken, waardoor u nu al een dag in de problemen bent! De premier zei gisteren, namens uw vicepremier, die niet de beroerd was om dat gelijk te omarmen: Dan kun je niet zeggen dat de Kamer onvolledig is geïnformeerd. Ik citeer letterlijk uit de verklaring van gisteren. Bent u het daarmee eens? De reden waarom ik zo'n punt eruit haal -- ik kan er wel tien uit halen -- is de volgende. Staat de verklaring, inclusief de toelichting van de minister-president van gisteren nog, ook namens uw partij?

De heer Slob (ChristenUnie): Ik vind het totaal ontluisterend dat de heer Pechtold niet eens doorheeft wat de verhoudingen zijn tussen kabinet en Kamer. Ik heb de minister-president geen opdracht gegeven om te spreken. Het kabinet heeft een eigenstandige verantwoordelijkheid om te reageren op een rapport wanneer het dat krijgt. Het kabinet heeft dat gedaan zoals het gedaan heeft. Ik heb net aangegeven dat ik betreur dat daardoor een beeld is ontstaan dat het kabinet het rapport niet serieus zou nemen. In de brief die de Kamer heeft gekregen -- ik ga niet af op een persverklaring -- geeft het kabinet aan het dit rapport als het uitgangspunt neemt en daarmee verder gaat. Het kabinet haalt er een onderdeel uit waarin het aangeeft hoe het met de conclusies van het rapport wil omgaan. Het enige waar ik nu belang bij heb, is dat het kabinet zo snel mogelijk -- ik las in de brief begin februari -- met een volledige reactie en met de beantwoording van de vragen komt. Dan kunnen we het debat voeren. U moet mij aanspreken op mijn verantwoordelijkheid als voorzitter van de ChristenUnie-fractie. U moet mij niet vragen om een kabinetsreactie. Laten we het wel even zuiver houden. Ik snap dat het lastig is voor u, maar laten we het toch proberen.

De heer Pechtold (D66): Het is van tweeën één. Of u zegt: die verklaring van gisteren, daar denk ik het mijne van, maar daar kom ik nog wel op terug. Maar nee, de heer Slob doet hetzelfde als wat Balkenende gisteren deed. Hij pakt uit de brief van vanavond één punt. Hij zegt: nou prettig, dat volkenrechtelijke aspect, dat gaan we in de toekomst beter doen.

Als dat de heer Slob dat als een winstpunt ziet van de afgelopen 24 uur, is mijn vraag volstrekt terecht hoe dan om te gaan met de brij aan andere meningen die de premier gisteren geuit heeft, mede namens de ChristenUnie-fractie. De heer Slob zei dat er verwarring was. Dat was verwarring door zijn kabinet, door de premier die daar in vak-K zit.

De heer Slob (ChristenUnie): Nog één keer voor de duidelijkheid: de minister-president heeft namens het kabinet gesproken; zo hoort dat ook. Het klopt dat dit kabinet ook gedragen wordt door de ChristenUnie. Ik spreek namens mijn fractie. Namens mijn fractie is mijn eerste reactie geweest dat het rapport van de commissie-Davids een stevig rapport is, dat een inkijk geeft in een besluitvormingsproces, en dat we moeten gebruiken om lessen te trekken … Mijnheer Pechtold, ik geef u antwoord. Als u eerst met de heer Rutte wilt praten, wil ik wel even wachten … Wij moeten allereerst lessen trekken op het punt van de informatievoorziening. Als het kabinet heeft gereageerd, wil ik daarover met het kabinet in debat. Daarnaast wil ik in debat over het volkenrechtelijke mandaat. Ik zal daarover met mijn eigen fractie in de komende weken, voorbereidend op het definitieve debat, stevig moeten praten met het rapport van de commissie-Davids in de hand.

            Ik ben overigens blij dat we die commissie hebben ingesteld. Ik denk dat de commissie heel goed werk heeft verricht. Toen de commissie werd ingesteld, zei de heer Pechtold: de benaming "onafhankelijke commissie" is een gotspe. Ik ben benieuwd of hij daaraan, met dit rapport in de hand, nog steeds vasthoudt.

Mevrouw Kant (SP): Ik heb een vraag aan de fractievoorzitter van de ChristenUnie, die inderdaad ook fractievoorzitter is van een coalitiepartij. Ik stel de vraag echter nadrukkelijk aan de heer Slob als lid van deze Kamer en fractievoorzitter van de ChristenUnie. Zo heeft hij gisteren ook gekeken naar de persconferentie van de minister-president. Hij heeft toch wel een mening over wat er gisteren gebeurd is? Hij heeft toch wel een mening over het feit dat de minister-president twee belangwekkende conclusies van de commissie-Davids van tafel heeft geveegd? Wat is zijn mening daarover?

De heer Slob (ChristenUnie): Ik heb gisteren gekeken naar de persconferentie; dat klopt. Ik heb de persconferentie beschouwd als een eerste reactie van het kabinet op het rapport van de commissie-Davids. Uiteindelijk gaan wij ook met een kabinet in debat op basis van reacties die door het kabinet naar de Kamer worden gestuurd. We doen dat niet alleen op basis van stenografische verslagen van persconferenties. Mijn reactie van gisteren was: ik wil zo snel mogelijk een stevige, uitgebreide kabinetsreactie hebben, ook met onderbouwingen voor de eerste opmerkingen die zijn gemaakt. Die heb ik nodig om ook de bevindingen van de commissie-Davids op waarde te kunnen schatten en daarover namens mijn fractie politieke oordelen te kunnen vellen. Zo ver zijn we op dit moment nog niet. Ik hoop dat we zo snel mogelijk daarover kunnen spreken.

Mevrouw Kant (SP): Wat de heer Slob wil, wil ik ook allemaal, alleen is er gisteren iets anders gebeurd! De heer Slob heeft blijkbaar naar een andere zender gekeken; ik vraag gewoon zijn mening over wat hij zich daar heeft zien afspelen. Die vraag ik hem. En dan kan hij wel zeggen hoe hij graag gewild zou hebben dat het was gegaan, maar zo is het niet gegaan. We hebben de minister-president gisteren op televisie in een persconferentie afstand horen nemen van twee belangwekkende conclusies uit een onafhankelijk onderzoek. Ik vraag de leider van de ChristenUnie naar zijn mening over de afstand die de minister-president heeft genomen van die conclusies.

De heer Slob (ChristenUnie): Ik heb het woord "afstand" zelf niet in de mond genomen. Ik heb aangegeven dat ik datgene wat gisteren is gezegd door de minister-president in zijn verklaring namens het kabinet, als een eerste reactie heb beschouwd op het rapport. Daar neem je op dat moment kennis van. Ik spreek hier uit dat ik behoefte heb aan een uitgebreide schriftelijke reactie van het kabinet op het totale rapport, maar ook op de vragen die mede door mijn fractie alweer zo'n tien maanden geleden zijn gesteld over alles wat er toen speelde. Zo'n reactie hebben wij nodig om tot conclusies te kunnen komen. Ik ben blij met de brief van vanavond. Mocht er nog schijn zijn van twijfel of het kabinet het rapport wel serieus neemt, dan is die met deze brief volledig weggenomen.

Mevrouw Kant (SP): De conclusie: als de leider van de ChristenUnie gisteren kennis heeft genomen van wat de minister-president heeft gezegd in de persconferentie en daarop vandaag geen kritiek uit, is kennisnemen in dit geval instemmen. Dan heeft de heer Slob geen enkele kritiek op de woorden van de minister-president en stemt hij met de gehele verklaring in. Anders moet hij nu zijn kritiek uiten.

De heer Slob (ChristenUnie): Ik laat deze conclusie voor rekening van mevrouw Kant, zoals dat hoort. Ik heb gisteren de minister-president verscheidene malen horen zeggen dat het kabinet nog studie zal maken van het rapport en de Kamer daarover zal rapporteren. Laten we onszelf ook serieus nemen en onze uiteindelijke afwegingen maken over volledige kabinetsreacties. Mevrouw Kant heeft die niet nodig; wij wel.

De heer Rutte (VVD): Begrijpt de heer Slob waarom mevrouw Hamer gisteren heeft gezegd dat de premier niet sprak namens de heer Bos?

De heer Slob (ChristenUnie): Ik heb gisteren de minister-president zijn verklaring horen afleggen. Ik ben er zelf ook van uitgegaan dat hij namens het kabinet gesproken heeft. Mocht dat anders zijn dan horen wij dat wel, maar daar ga ik zelf niet van uit. Het zou vreemd zijn als wij daar niet van uit kunnen gaan.

De heer Rutte (VVD): Is de heer Slob het dan met mij eens dat er toch licht lijkt te zitten tussen de uitlatingen van de fractievoorzitter van de PvdA dat er niet namens het kabinet is gesproken, althans niet namens de PvdA-bewindslieden, en de brief van vandaag, ondertekend door de premier, waarin staat dat er wel is gesproken namens het hele kabinet?

De heer Slob (ChristenUnie): Ik geef mijn eigen bevindingen weer namens mijn fractie. Ik heb geen behoefte om namens de Partij van de Arbeid te spreken. Die kunnen dat zelf, zoals u dat ook voor uw fractie kunt en inmiddels ook in wat korte bewoordingen hebt gedaan.

            Uiteindelijk wil mijn fractie maar één ding. Ik heb het net eigenlijk ook al in reactie op een vraag gezegd. Dat is dat het kabinet dus zo snel als mogelijk en verantwoord is met een uitgebreide schriftelijke reactie komt op het rapport van de commissie-Davids. Nu is daar één punt kort uitgelicht, maar er is natuurlijk nog veel meer te zeggen en te reageren op wat de commissie-Davids heeft aangegeven. Wij willen dat de vragen die gesteld zijn daarbij worden meegenomen. Dan is er wat mijn fractie betreft voldoende basis om het echte inhoudelijke debat over de politieke besluitvorming rond Irak te voeren en dat zal een keer tijd worden ook.

Mevrouw Halsema (GroenLinks): Zou de heer Slob voor mij de vraag kunnen beantwoorden of met deze brief de verklaring van gisteren van tafel is?

De heer Slob (ChristenUnie): De verklaring van gisteren is uitgesproken namens het kabinet. Het kabinet heeft nu de Kamer een brief gestuurd waarvan u kennis hebt genomen. Daarin wordt overigens ook gerefereerd aan de verklaring. Die brief heb ik, zoals ik net al aangaf, onder andere beschouwd als het wegnemen van twijfel over de vraag of het kabinet het rapport van de commissie-Davids wel serieus zou nemen. In dat opzicht heb ik deze brief ook beoordeeld. Het enige wat ik nu wil en wat u volgens mij ook zou moeten willen, is dat wij het kabinet zo snel mogelijk aan het werk zetten voor de uitgebreide reactie zodat wij het definitieve debat kunnen gaan voeren.

 Mevrouw Halsema (GroenLinks): Het kabinet neemt maar op één onderdeel afstand van de opvattingen die gisteren door de premier zijn geventileerd, namelijk op het punt van het volkenrechtelijk mandaat waarover u nog geen mening hebt. Op alle andere punten, bijvoorbeeld de juistheid van de informatie aan de Kamer en het leidinggeven door de premier, wordt geen afstand genomen van de verklaring van gisteren. Bestaat die verklaring van gisteren voor u nog of is die weg?

De heer Slob (ChristenUnie): Het is een wat vreemde redenering dat in alles afstand zou moeten worden genomen van een verklaring. Een verklaring is afgegeven. Het kabinet reageert met een brief, mede gevraagd door de Kamer, op vragen die daarover zijn gesteld. Als er op dit moment van het kabinet verwacht wordt dat er op de onderdelen die zijn aangestipt in de verklaring, nu al een volledige en uitgebreide beantwoording zou liggen, hadden wij deze brief vanavond niet op dit tijdstip kunnen krijgen. Wij hebben deze brief wel gevraagd en wij wilden die het liefst ook vanavond hebben omdat wij wilden spreken over de commotie die was ontstaan na gisteren; niet meer en niet minder.

Mevrouw Halsema (GroenLinks): De commotie is gisteren niet alleen ontstaan naar aanleiding van de uitspraken van de premier over het volkenrechtelijk mandaat, maar ook over de uitspraken van de premier dat de Kamer juist geïnformeerd is en dat de premier en het kabinet over de afgelopen jaren geen fouten te verwijten zijn. Ik zie het kabinet in de brief van vanavond nergens afstand nemen van die uitspraken van gisteren. Mijn eenvoudige vraag aan u is: zijn die uitspraken nog even geldig of bestaan ze niet meer en zijn ze van tafel?

De heer Slob (ChristenUnie): Ik heb niets meer toe te voegen aan wat ik eerder heb gezegd. Ik verwacht van het kabinet dat het met een uitgebreide reactie komt, ook op de onderdelen die u noemt. Dan kunnen wij met elkaar verder spreken.

 

Mevrouw Halsema (GroenLinks): Mag ik u nog een andere, korte vraag stellen? Hebt u de brief gelezen voordat deze naar de Kamer werd gestuurd en hebt u daar als coalitiefractie mee moeten instemmen?

 

De heer Slob (ChristenUnie): Ik heb deze brief niet gelezen. Natuurlijk wel nadat ik hem gekregen had -- laat daar geen misverstand over bestaan -- maar niet voordat hij naar de Kamer ging. Daarna heb ik hem uiteraard wel gelezen en er mijn oordeel over gegeven.

Labels
Arie Slob
Bijdragen

« Terug

Archief > 2010 > januari