Bijdrage Esmé Wiegman wijz. Gaswet en Elektriciteitswet 1998

woensdag 13 januari 2010 10:45

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Voorzitter. De fractie van de ChristenUnie is dat voorrang van duurzame energie op het net snel praktijk zal worden, zeker nu congestie dreigt in enkele delen van het land. Het zou voor mijn fractie onverteerbaar zijn als wij dit principe daar niet zouden kunnen toepassen. Het is dan ook goed dat wij vandaag spijkers met koppen kunnen slaan. Tijdens de discussie over de ministeriële regeling werd al snel duidelijk dat voorrang voor duurzaam snel gerealiseerd zou moeten worden. Wat toen ook al duidelijk werd, was dat het niet de eenvoudigste materie voor een Kamerlid is.

            De minister heeft kortgeleden een aantal aanvullingen en wijzigingen aangebracht in het wetsvoorstel. Verder is de beleidsbrief over voorrang voor duurzaam toegevoegd aan de stukken. Met die wijzigingen en aanvullingen is de fractie van de ChristenUnie hartstikke blij. Wij ondersteunen ze dan ook van harte. Zo is het voortrekken van wkk-stroom een belangrijke maatregel. Dat geldt ook voor de daarbij horende volgordelijkheid en de realisatie van de eerder door mijn fractie uitgesproken wens om de kosten neer te leggen bij de deelnemers aan het congestiemanagement oftewel, kort gezegd, de grijze producten.

            De keuze voor dit systeem van congestiemanagement is, gezien de ervaringen in andere landen, een logische. Uit het huidige voorstel vloeit voort dat tijdens congestie de producent met de laagste marginale kosten uiteindelijk zal opregelen. Omdat de ChristenUnie-fractie graag verder kijkt dan alleen de kosten, kijken wij ook naar de gevolgen voor mens en milieu. Met het oog daarop stel ik voor om ook het CO2-aspect hierbij te betrekken. Het ziet er nu naar uit dat er scheve situaties kunnen ontstaan. Zo kan het gebeuren dat de 4000 MW gas-wkk in het congestiesysteem het onderspit delft tegen een kolencentrale met een twee tot vier keer zo hoge CO2-uitstoot. Hoe beoordeelt de minister dit effect? Is zij het verder met mij eens dat juist regelbaar gasvermogen goed past bij het toekomstige energieplaatje, naast groene productie en dan in het bijzonder windenergie? Vanmorgen ontspon zich al een interessante discussie hoe je dat zou moeten doen en ik krijg dan ook graag een reactie van de minister.

            Een ander belangrijk aspect is dat wkk-vermogen inmiddels als een basislast kan worden beschouwd, gezien het grote aandeel in de Nederlandse energieproductie. Het argument van de onbetrouwbaarheid van een groot aandeel grijs lijkt daardoor niet zo heel relevant meer.

De heer Vendrik (GroenLinks): Ik begrijp heel goed waarom u deze vragen stelt over de CO2-aspecten van de door de minister voorgestelde biedladdersystematiek. Als u dit echt een probleem vindt, kan het bijna niet anders of u trekt de conclusie dat wij naar een ander systeem toe moeten. Het biedsysteem van de minister voor af te regelen centrales verhoudt zich immers niet met een optimaal CO2-rendement. Dat gaat nu eenmaal niet samen.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Ik heb hiermee inderdaad geworsteld. Het deed mij dan ook goed om vanmorgen te merken dat ik niet de enige ben. Zo hebben andere Kamerleden in dit debat de mogelijkheid naar voren gebracht om een soort CO2-ladder in te voeren. Collega Jansen wees er overigens terecht op dat die mogelijkheid onverwachte gevolgen kan hebben. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als je een kolencentrale voor een uurtje uitschakelt? Ik zeg u eerlijk dat ik op dit moment nog geen concreet alternatief in de vorm van een amendement bij de hand heb. Vandaar dat ik de minister vraag of er mogelijkheden bestaan om iets met deze effecten te doen.

De heer Vendrik (GroenLinks): Mevrouw Wiegman redeneert vanuit het belang dat de CO2-uitstoot van het Nederlandse energiepark zo laag mogelijk wordt. Als dat je leidende principe is, waarom zou je dan niet tegen de vervuilendste producent kunnen zeggen: als er sprake is van congestie ga jij uit? Als je een hoogvervuilende centrale hebt met een maximale CO2-uitstoot hebt, moet je volgens mij in Nederland maar op de koop toe nemen dat je bij congestie het grootste risico loopt. Wat zou de ChristenUnie-fractie daar op tegen kunnen hebben?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Wat mij erg aanspreekt in het wetsvoorstel is de balans tussen duurzaam, betrouwbaar en kostenefficiënt. Die balans is een belangrijk onderdeel om vast te houden. Ondertussen moeten we wel nadenken over hoe we op bepaalde deelterreinen wellicht nog betere effecten kunnen bereiken. Dat vind ik een boeiende vraag. Vandaar dat ik deze vraag hier vandaag in het midden leg en ook bij de minister neerleg.

De heer Van der Ham (D66): U zegt dat we ook moeten kijken naar de kostenefficiency. Daar ben ik het helemaal mee eens: daar moet je óók naar kijken. Maar als we onze energiehuishouding werkelijk willen verduurzamen, dan weegt het feit dat het feit dat kolen wat goedkoper zijn, soms niet het zwaarste. Dan kunnen we onder bepaalde omstandigheden zeggen dat zo'n kolencentrale het moeilijker heeft en dat we deze gewoon uitzetten. Daarmee stimuleren we energieproducenten om niet te investeren in toekomstige nieuwe kolencentrales, maar om juist te investeren in gascentrales. We moeten het dus in een breder perspectief plaatsen. Bent u het hiermee eens?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Ik ben het absoluut eens met dat bredere perspectief. Daarom is het vandaag ook belangrijk om dat bredere perspectief vast te houden. We hebben het over een groot wetsvoorstel en een belangrijke beleidsbrief, maar we hebben ondertussen ook te maken met doelstellingen op het gebied van CO2-reductie, en met de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie. We moeten van alle kanten die prikkels geven om tot een duurzame en schone energievoorziening te komen.

De heer Van der Ham (D66): De kostenefficiency is dus voor de ChristenUnie-fractie niet altijd de meest doorslaggevende factor, als het gaat over welke grijze vorm voorrang heeft boven een andere grijze vorm. Begrijp ik dat goed?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Ja precies, niet altijd de meest doorslaggevende factor. Vandaar dat ik net ook tegen de heer Vendrik iets zei over de balans die steeds voor ogen moet worden gehouden.

            Producenten waar congestiemanagement op van toepassing is, betalen de kosten hiervan. Gezien de doelstelling om een voorrangspositie te bereiken voor duurzaam opgewekte energie, mogen groene producenten niet alsnog de rekening gepresenteerd krijgen van drukte op het net. De ChristenUnie acht deze maatregel rechtvaardig in het licht van doelstellingen op het gebied van duurzame opwekking. Dat neemt niet weg dat de wettelijke taak van de netbeheerder, het aansluiten van nieuw vermogen, overeind blijft. We hebben natuurlijk liever geen congestie. Als deze optreedt, ga ik ervan uit dat het tijdelijk is.

            Ik merk wel dat we tegen de grenzen van de taakuitoefening van netbeheerders aanlopen. Dat brengt mij bij het grotere plaatje van netuitbreidingen en het nut en de noodzaak daarvan. De minister krijgt in het wetsvoorstel de taak om investeringen in zowel het gas- als het hoogspanningsnet te beoordelen. Ik heb een amendement ingediend om deze beoordeling te laten gebeuren volgens de criteria: "duurzaamheid, betrouwbaarheid en efficiëntie". Hiermee wordt helder wat het nut en de noodzaak van netuitbreidingen zijn en wat deze bijdragen aan ons land. Burgers hebben het recht om te weten wat zij aan een investering in een netwerk hebben.

            De minister noemt in de memorie van toelichting dat netbeheerders beter moeten afstemmen om capaciteitsproblemen te voorkomen. In de Netcode staat echter al vermeld dat er een verplichting tot afstemming is tussen netbeheerders. Volgens de ChristenUnie liggen de oorzaken van problemen op het net eerder bij het gegeven dat netbeheerders de toekomst niet precies kunnen voorspellen, maar wel moeten inspelen op toekomstige ontwikkelingen. Dat is lastig. Ik vraag hier aandacht voor.

            Dat brengt mij automatisch bij de komende heroverweging van het reguleringskader. Ik heb hier vaker naar gevraagd en dit jaar zullen we hierover gaan spreken. In het huidige kader zal de netbeheerder waarschijnlijk blijvend achter de feiten aanlopen. Is de minister het met die constatering eens? Zo ja, welke structurele oplossingen ziet zij voor de rol van de netbeheerder? Vooruitlopend op het debat hierover wil ik vragen of de minister in de heroverweging ook het LUP, Landelijk Uniform Producententarief, wil meenemen. Het zou een interessante optie kunnen zijn om het effect van het verhogen van het tarief mee te wegen in de discussie over het reguleringskader. Is de minister daartoe bereid?

            Ik heb een vraag over de interconnectoren. Deze grensverbindingen hebben volgens de minister de facto voorrang op het net. Dit betekent ook dat geïmporteerde stroom uit Duitsland onder "groen" gerekend wordt, terwijl deze ook zo maar bruinkoolstroom zou kunnen zijn. Ik vraag me dan af of Nederland niet te terughoudend is, omdat ik ook heb begrepen dat in Duitsland import juist wordt afgeknepen ten behoeve van windenergie uit Noord-Duitsland.

Hoe zit dat precies? Waarom sluit de minister interconnectoren bij voorbaat uit van congestiemanagement?

            Ik ben in de schriftelijke inbreng ingegaan op de regionale netbeheerders. Congestiemanagement wordt volgens de minister ook daar toegepast. Met name het snel aansluiten van WKK op decentraal niveau kan tot congestie leiden. Zijn de regionale netbeheerders er echter toe in staat om regionale congestie op te lossen via biedingen? Hebben zij daarvoor de juiste meet- en regelapparatuur? Ik hoor hierop graag een antwoord.

            Het is goed dat de minister een stevige Gaswet heeft voorgelegd met belangrijke verbeteringen en voorzieningszekerheid, flexibiliteit en verhandelbaarheid.

Mevrouw Spies (CDA): Zeker nu mevrouw Wiegman over een ander onderdeel komt te spreken, stel ik graag een vraag over het amendement op stuk nr. 20 waarmee zij beoogt de criteria duurzaamheid, betrouwbaarheid en efficiëntie toe te voegen aan de beoordeling van nut en noodzaak door de minister. Wat is de meerwaarde van die toevoeging? Is die echt nodig om nut en noodzaak af te wegen? Hoe meer criteria in een wet, hoe meer discussie over interpretatie en uitleg van die criteria. Waarom is het voor mevrouw Wiegman absoluut noodzakelijk om deze criteria toe te voegen?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Voor mijn fractie is de belangrijkste overweging bij dit amendement gelegen in het nadrukkelijk noemen van deze drie terreinen. Die komen keer op keer terug in de wet. Door ze op dit onderdeel expliciet te noemen, worden ze meegewogen en meegenomen.

Mevrouw Spies (CDA): Zitten die niet impliciet in nut en noodzaak?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Nee.

Mevrouw Spies (CDA): Vanwege de doelstelling van het energiebeleid -- schoon, betrouwbaar, betaalbaar -- lijkt mij dit amendement bijna overbodig.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Gelet op het interruptiedebatje van zo-even, lijkt mij dit een verbetering op de algemene aanduiding van nut en noodzaak.

            Als inleiding op het onderdeel Gaswet zei ik net al even dat het mooi is dat de minister een stevige Gaswet heeft voorgelegd met belangrijke verbeteringen, voorzieningszekerheid, flexibiliteit en verhandelbaarheid. Voor het stuursignaal dat de landelijke netbeheerder aan de programmaverantwoordelijke verschaft, gelden op dit moment geen kwaliteitseisen. In de wet staat alleen de eis dat de informatie actueel is. Nu programmaverantwoordelijken hun balansverantwoordelijkheid adequaat moeten oppakken voor een goed functioneren van een balanceringsregime bestaat er juist behoefte aan correctheid van de informatie. Financiële risico's worden anders te groot voor marktpartijen die afhankelijk zijn van de stuurinformatie. Ook op dit terrein heb ik een amendement ingediend waarop ik graag de reactie van de minister hoor.

            Ik kom te spreken over het contracteren van noodvermogen en het herstellen van een systeembalans. Dit noodvermogen is nodig als onbalans niet kan worden opgelost met behulp van de biedladder. Welke verwachting heeft de minister op dit punt? Is het wenselijk om dit nu al te contracteren? Wat verwacht de minister van de werking van de intra-day markt en de biedladder?

            In relatie tot de handelsplaats voor gas is de producent in beginsel programmaverantwoordelijk tot het virtuele leefpunt. Dit brengt mij bij het eerder genoemde artikel 66d waarmee het voor de verkoper van gas mogelijk wordt om de programmaverantwoordelijkheid op te eisen in overleg met de afnemer. Ik heb van verschillende marktpartijen begrepen dat er behoefte aan kan zijn om niet zelf op de gasmarkt actief te zijn. Wat zijn de verwachtingen van de minister van het overslaan van de handelsplaats? Wat betekent dit voor de liquiditeit in de markt? Leidt te veel levering aan de voordeur niet alsnog tot een niet goedwerkende TTF? Ik hoor graag een reactie op dit punt.

            Ik heb verder begrepen dat codevoorstellen pas laat aan marktpartijen worden voorgelegd. Pas na de beoordeling van de NMa kunnen marktpartijen een oordeel geven waardoor het proces vaak lang duurt, ook vanwege bezwaar- en beroepsprocedures. Kunnen afnemers niet eerder betrokken worden bij de besluitvormingsprocedure?

            Tot slot is de positie van groen gas interessant. Welke mogelijkheden ziet de minister om groen gas een voorrangspositie op het net te geven? Hoe zit het met de netcapaciteit bij een doorbraak van groen gas? De minister geeft in de nota naar aanleiding van het verslag aan dat zij goed monitort of er capaciteitsproblemen dreigen. Dat lijkt mij een goed uitgangspunt.

Wij kunnen hier leren van capaciteitsproblemen die zijn ontstaan bij de decentrale invoering van elektriciteit. Het lijkt mij dus goed om vandaag ook even in te gaan op de vraag hoe de minister dit ziet met betrekking tot gas.

Labels
Bijdragen
Esmé Wiegman

« Terug

Archief > 2010 > januari