Bijdrage Joël Voordewind aan AO Art. 100 brief verlenging Nl bijdrage Operatie Unified Protector.

woensdag 22 juni 2011 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Joël Voordewind als lid van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken en de vaste commissie voor Defensie in een algemeen overleg gevoerd met minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken en minister Hillen van Defensie.

Onderwerp:    Artikel 100 brief over verlenging Nederlandse bijdrage aan Operatie Unified Protector - Libië

Kamerstuk:    32 623

Datum:             22 juni 2011

De heer Voordewind (ChristenUnie): Voorzitter. Er vinden hier allemaal romances plaats, maar ik doe daar niet aan mee.

Ik wil allereerst even terugkijken naar de effectiviteit van de operatie en de Nederlandse bijdrage daarin tot nu toe. Wij hebben een technische briefing gehad. Nederland heeft welgeteld twee schepen aangehouden en twee schepen de doorvaart geweigerd. Andere schepen hebben wij doorgeleid naar de havens. Wij weten niet of die inderdaad wapens aan boord hadden. Waarom hebben wij die twee schepen geweigerd? Wij hadden immers geen boardingcapaciteit, dus wij weten niet in hoeverre die twee schepen een bedreiging vormden. Wat kan de minister zeggen over de effectiviteit van de missie tot nu toe, van het fregat dat wij daar hebben ingezet? Is er met name een preventieve werking vanuit gegaan? Was de instelling van een wapenembargo op zichzelf al een voldoende signaal om een afschrikkende werking te hebben of hebben wij daar daadwerkelijk dingen gedaan?

Het regime-Kadhafi heeft inmiddels helikopters ingezet. In hoeverre vormen die een bedreiging voor de burgers? Ik begrijp dat de NAVO nu ook helikopters inzet. Wij lezen ook dat de slagkracht van de oppositiekrachten inmiddels niet significant toeneemt. Wat is de toekomstverwachting van de strijd? De gevechten lijken in een impasse geraakt. Hoelang houden de strijdende partijen het nog vol?

Wij weten dat er over land wapens en ook huurlingen worden aangevoerd, met name voor de troepen van Kadhafi. Dat maakt dat het wapenembargo op het land zo lek is als een mandje. Kadhafi kan het nog maanden en misschien jaren volhouden zolang hij wapens doorgevoerd kan krijgen over het land. Wij weten hoe lastig is om te monitoren wat er over land gebeurt en om het wapenembargo daar af te dwingen. Er zijn zes grote buurlanden die niet echt bevriend zijn met het Westen. Het gebied is bovendien onherbergzaam. Dat maakt het erg lastig voor de NAVO om er iets aan te doen. Zolang wij daar geen zicht op hebben, wij niet weten wat er exact gebeurt en hoe Kadhafi precies aan zijn wapens komt, blijft het een beetje water naar de zee dragen. Dan blijft dat gat daar zitten. Is de minister bereid om binnen de NAVO te vragen of de mogelijkheden kunnen worden onderzocht om het gat beter in kaart te krijgen en natuurlijk het liefst zo goed mogelijk te dichten zodat Kadhafi de strijd niet zo lang kan voortzetten?

De initiatieven vallen over elkaar heen. Er is een brief naar Amerika gestuurd, de International Crisis Group heeft een voorstel gedaan, de Afrikaanse Unie bemoeit zich ermee, er is de speciale VN-gezant en Turkije heeft een verzoek gedaan. Natuurlijk moet de internationale contactgroep Libië dat allemaal coördineren. Dat is prima.

De Italiaanse ambtsgenoot van de minister heeft inmiddels gezegd dat maar moet worden gestopt met de bombardementen en dat eerst de humanitaire hulp goed moet worden georganiseerd. De initiatieven en voorstellen vallen dus over elkaar heen. Wat is de inzet van het kabinet? Kadhafi weg krijgen? Eerder heeft de Europese Unie met steun van Nederland gezegd dat Kadhafi zijn legitimiteit heeft verloren, maar hoever gaat dat? Regime change staat niet in VN-resolutie 1973. Wat wordt de inzet van Nederland? Is Nederland nog bereid om met Kadhafi te gaan praten over zijn vertrek of is een voorwaarde voor een staakt-het-vuren dat hij eerst opstapt? Ik krijg daar graag duidelijkheid over. Wij lijken elkaar nu vast te houden. Kadhafi zegt dat hij best een staakt-het-vuren wil, maar dat de internationale gemeenschap dan moet komen praten. De internationale gemeenschap zegt dat Kadhafi eerst weg moet, voordat er een staakt-het-vuren kan komen. Hoe kunnen wij die impasse doorbreken? De fractie van de ChristenUnie hecht grote waarde aan internationale betrokkenheid, ook bij Libië. Wij hebben dat meermalen gezegd en hebben ook meermalen steun verleend aan missies. Wij vinden niet, zo zeg ik de heer Pechtold na, dat het bij deze drie maanden moet blijven. Dat zeggen wij expliciet. De minister zegt dat hij nog maar 15 mln. heeft en dat de tent daarna echt dicht moet voor ons. Dat zijn de verkeerde signalen, zowel naar Kadhafi als naar de oppositie die echt steun van ons verlangt, langer dan die drie maanden. Er zal dus een langdurige betrokkenheid zijn van de ChristenUnie bij de mensen die wij in bescherming willen nemen, de mensen die hunkeren naar respect voor mensenrechten en naar democratie. Die betrokkenheid zal de ChristenUnie voortzetten. Zij zal erop blijven hameren, ook na de komende drie maanden.

Voor meer informatie zie ook www.tweedekamer.nl.


Labels
Bijdragen
Joël Voordewind

« Terug

Archief > 2011 > juni