Bijdrage Tweede Kamerlid Esmé Wiegman-van Meppelen Scheppink VAO Biotechnologie.

woensdag 22 juni 2011 14:13

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Voorzitter. De fractie van de ChristenUnie kijkt met redelijke tevredenheid terug op het algemeen overleg van 18 mei. De staatssecretaris heeft toegezegd dat een uitgebreide kwekersvrijstelling gewenst is. De staatssecretaris sprak van de wenselijkheid van een "uitgebreide kwekersvrijstelling". Ik ga ervan uit dat hij hiermee hetzelfde bedoelt als de "volledige kwekersvrijstelling". Klopt die aanname? Zo nee, waarin zit het verschil? Dit was voor mij in elk geval wel reden om de motie van de heer Van Gerven mede te ondertekenen.

Verder zei de staatssecretaris dat de vrijstelling gewenst is "onder de voorwaarde dat andere belangen die gediend worden in het octrooirecht, belangen van de sectoren chemie en farmacie, niet geschaad worden".

Er is altijd wel iemand die vindt dat zijn of haar belangen zijn geschaad. Kan de staatssecretaris toelichten wat hij hiermee precies bedoelde? Ik hoop dat de staatssecretaris toezegt om bij de weging van belangen niet alleen naar de sectoren chemie en farmacie te kijken, maar ook naar de belangen van de zaadveredelingsbedrijven in het mkb en de maatschappelijke belangen. Graag een reactie op dit punt.

Het is van economisch, ecologisch en maatschappelijk belang dat in deze sector geen monopolisering optreedt. Wij hebben het niet alleen over schaalvergroting van bedrijven maar ook over monopolisering van kennis en innovaties, over de verschraling van het aanbod van uitgangsmateriaal en over de toenemende afhankelijkheid van primaire producenten van veredelingsbedrijven, die doorgaans ver van lokale omstandigheden afstaan. De marktwerking in deze sector leidt tot een dominantie van enkele efficiënte gewassen. In dagblad Trouw las ik in februari dat bijna 70% van het voedselaanbod in de Verenigde Staten afkomstig is van vier gewassen. Mij beangstigt het idee dat dit kennelijk ongemerkt steeds verder gaat en dat we daar nauwelijks zicht op hebben. Daarom vraag ik de staatssecretaris om uit te zoeken hoe dat in Nederland zit en met voorstellen te komen om monopolisering tegen te gaan. Daartoe dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat de genetische basis van onze voedselproductie een publiek goed is en dat voldoende genetische variatie een publiek belang is;

constaterende dat de toenemende machtsconcentratie van grote veredelingsbedrijven leidt tot een ongewenste afname in het aantal veredelingsbedrijven en een grotere afhankelijkheid van boeren van deze veredelingsbedrijven;

van mening dat, zoals benadrukt in diverse studies van onder andere de Wageningen University, een sterkere koppeling tussen lokale landbouwsystemen en veredelingsprocessen belangrijk is voor een gezonde veredelingssector en landbouw;

verzoekt de regering, onderzoek te verrichten naar de mate, vormen en mogelijke maatschappelijke gevolgen van verdere monopolisering in de Nederlandse veredelingssector en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag. (motie nr. 195 (27428)).

 

Labels
Bijdragen
Esmé Wiegman

« Terug

Archief > 2011 > juni