Bijdrage Arie Slob aan Algemeen Overleg uitspraak Hoge Raad over SGP.

dinsdag 07 juni 2011 00:00

Bijdrage in een algemeen overleg van ChristenUnie Fractievoorzitter Arie Slob als lid van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en minister Donner van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Onderwerp:    Uitspraak Hoge Raad over SGP

Kamerstuk:    28 481

Datum:             7 juni 2011

De heer Slob (ChristenUnie): Voorzitter. Zo af en toe wordt me wel eens gevraagd naar de verschillen tussen de ChristenUnie en de SGP. Ik begin dan altijd met de overeenkomsten. Dat heeft met mijn positieve levenshouding te maken. Het glas is half vol of half leeg, zoals u weet. Er zijn uiteraard ook verschillen. We zijn niet voor niets twee verschillende politieke partijen. Een van die verschillen is het onderwerp waarover we hier vanmiddag praten: de positie van vrouwen in de politiek. We, en ook onze voorgangers, hebben dat verschil altijd gerespecteerd. Ik zeg er in alle eerlijkheid bij dat dit niet altijd gemakkelijk was. Zeker als er sprake was van samenwerking en het ineenschuiven van lijsten op provinciaal of lokaal niveau heeft dat wel eens emoties met zich mee gebracht. We hebben het standpunt wel altijd gerespecteerd omdat we weten dat het een intrinsiek gemotiveerde overtuiging was van de SGP om deze keuze te maken. We kennen de vrijheid van vereniging en de vrijheid van godsdienst. Met name dit laatste heeft het ook alles te maken met een diep beleefde opvatting over de roeping van de vrouw. Dat heeft de heer Van der Staaij zelf ook al genoemd.

In zekere zin heeft de uitspraak van de Hoge Raad ons wel wat verbaasd omdat de

opvatting van de SGP al sinds jaar en dag bekend is. Het is hier ook al gezegd, de SGP is de oudste politieke partij van ons land. We weten dat men binnen de SGP hierover op deze manier denkt. Er is ook enige verbazing omdat er natuurlijk wel wat licht zat door de wijze waarop de Raad van State in 2007 met dit vraagstuk is omgegaan. We weten dat toen een uitspraak van de bestuursrechter is vernietigd. De heer Va n der Staaij heeft daarop ook al even gewezen.

Even praktisch redenerend over passief kiesrecht voor vrouwen: als we maar één politieke partij in Nederland zouden hebben en die zou op deze wijze in de praktijk omgaan met het passief kiesrecht voor vrouwen, zou er inderdaad niets te kiezen zijn. Er is in Nederland echter alle ruimte voor vrouwen om, als ze dat willen, actief inhoud te geven aan hun passief kiesrecht. Als dat bij een partij niet concreet mogelijk is, kun je ook keuzes maken voor andere partijen. Als dat ook niet bevalt, kun je bij wijze van spreken zelf een partij oprichten. Dit alles los van de vraag of de vrouwen over wie we hier spreken, daar zelf behoefte aan hebben. De wijze waarop collega Van der Staaij zijn eigen vrouw naar voren bracht en hoe die reageerde op dit soort zaken, is, denk ik, wel typerend voor de manier waarop de vrouwen binnen de SGP dit beleven. Dat heb ik tijdens mijn gesprekken met vrouwelijke SGP'ers ook wel gemerkt.

De uitspraak ligt er. De collega's hebben erop gewezen dat dit de kern is waarover we hier met elkaar spreken. Het is duidelijk dat de SGP een verzoekschrift heeft ingediend bij het EHRM. De minister stelt in zijn brief aan de Kamer terecht vast dat daar in principe geen schorsende werking van uitgaat. Toch wil hij wachten op de uitspraak van het EHRM voordat hij concreet duidelijk zal maken op welke manier hij op de uitspraak zal reageren. Dat is in principe een vergaande stap. We begrijpen uit de brief van de minister dat hij dit mogelijk acht. We hebben dan ook geen enkele moeite hierin mee te gaan, zeker ook gezien het feit dat het zeer ingrijpend is om tot vervolgstappen over te gaan. Je treedt dan niet alleen heel diep in de politieke partij, maar je komt ook heel dicht bij de persoonlijke overtuiging van mensen om binnen een partij op een bepaalde wijze inhoud te geven aan hun politiek functioneren, ook als het gaat om de vertegenwoordigers die ze op de lijsten willen zetten.

De minister heeft nog navraag gedaan bij het SGP-bestuur naar eventueel bestaande juridische beletselen voor vrouwen om hun passief kiesrecht uit te oefenen. Hierop is ook een antwoord gekomen. Dat heb ik gelezen. In het slot van de brief wordt heel nadrukkelijk uitdrukking gegeven aan de wijze waarop de uitspraak SGP- breed, dus door mannen en vrouwen, beleefd is. Ik heb de indruk dat de minister voorstelt om de uitspraak van het EHRM af te wachten en dat hij ook het standpunt van de SGP deelt dat er in principe geen juridische beletselen zijn. Ik wil graag nog een nadere toelichting van de minister hierop hebben.

De vraag is natuurlijk hoe lang het gaat duren. Ik vind dat op zich geen argument om te zeggen dat je het dan niet moet doen. Kan de minister hier wel iets over zeggen? Ik heb begrepen dat er bij het EHRM ook met categorieën wordt gewerkt. Waar moeten we op rekenen als het om zaken als deze gaat?

Als er geen juridische beletselen zijn, is er dan wel een probleem? Hoe verhoudt dit zich dan tot de uitspraak van de Hoge Raad en de status die het programma van beginselen heeft in deze kwestie?

Voor meer informatie zie ook: www.tweedekamer.nl.


Labels
Arie Slob
Bijdragen

« Terug

Archief > 2011 > juni