Bijdrage Arie Slob aan het plenair debat Wijziging Wet veiligheidsregio's brandweer.

woensdag 08 februari 2012 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamer Fractievoorzitter Arie Slob in een plenair debat met Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie.

Onderwerp:   Wijziging van de Wet veiligheidsregio’s in verband met de oprichting van het Instituut Fysieke Veiligheid en in verband met de volledige regionalisering van de brandweer

Kamerstuk:   32 841

Datum:            8 februari 2012

De heer Slob (ChristenUnie):

Mevrouw de voorzitter. De brandweer is een prachtig onderwerp om in deze plenaire vergaderzaal te bespreken. Wij spreken niet zo heel vaak over de brandweer, maar dat is een geweldige organisatie. Dat is ook het geval omdat wij weten dat 80% van de brandweerzorg in Nederland door vrijwilligers wordt geregeld. Het betreft dus meer dan 20.000 mannen en vrouwen die zich daarvoor beschikbaar stellen. Hun inzet en betrokkenheid moeten wij waarderen en koesteren. Dat geldt uiteraard ook voor de professionals. Wij moeten ook niet denken dat het voor zichzelf spreekt dat zij zich iedere dag weer inzetten. Met name vrijwilligers moeten hun taak namelijk met heel veel andere verantwoordelijkheden combineren.

Het is bekend dat het onderwerp van de brandweer de fractie van de ChristenUnie al jaren flink bezighoudt. Ik heb de afgelopen jaren persoonlijk veel bezoeken afgelegd, ook bij allerlei brandweerkorpsen, en gesprekken met vrijwilligers en professionals gevoerd. Tijdens mijn zomerstage voor EenVandaag heb ik zelfs een heuse televisierapportage over dit prachtige onderwerp mogen maken. Ik had de dvd voor de minister willen meenemen, maar dat ben ik vergeten. Misschien kan dat nog op een ander moment. Het zou ook kunnen dat die dvd al bij hem thuis in het rekje staat, maar dat weet ik niet.

Uit gesprekken weten wij dat er bij de vele duizenden brandweerlieden enige zorg bestaat over het feit dat wij met een verplichte regionalisering van bovenaf te maken hebben. Inmiddels is een deel al geregionaliseerd, maar een groot gedeelte nog niet.

Er is toch zorg over wat de verplichte regionalisering uiteindelijk zal betekenen voor de brandweerzorg in de steden en dorpen als dit wetsvoorstel wordt aangenomen.

De fractie van de ChristenUnie heeft geen moeite met samenwerking op het niveau van de veiligheidsregio. Als het bijvoorbeeld om de rampenbestrijding gaat, is dat een absolute must. De vraag is echter wel of lokale korpsen, ook als het bijvoorbeeld gaat om de basisbrandweerzorg, in alles verplicht moeten opgaan in een regionaal korps. Wij vinden de lokale binding bij de brandweer van cruciaal belang. Daarmee staat of valt ook de inzet van heel veel vrijwilligers. Het risico dat verplichte regionalisering ten koste gaat van de lokale binding is niet geheel ondenkbeeldig. Die lokale binding staat ook los van dit wetsvoorstel al onder druk. Door bezuinigingen moeten er immers kazernes gesloten worden. Dat kan weer gevolgen hebben voor aanrijtijden. Het is dus van groot belang dat we bij dit onderwerp als parlement de vinger goed aan de politieke pols houden. Ik vraag de minister vanuit zijn verantwoordelijkheid een taxatie te maken van deze ontwikkeling en van de risico's die we mogelijkerwijs lopen door deze regionalisering nu van bovenaf op te leggen.

De minister heeft in de nota naar aanleiding van het verslag de op zich wijze woorden laten opschrijven dat men in het grote het kleine moet organiseren. Je zou dat zelfs op een tegeltje kunnen zetten; het is een mooie zin. Ik ben het daar in principe ook wel mee eens, maar de vraag is wel hoe dat moet. De minister laat dat antwoord eigenlijk heel erg aan de regio over. Ik vind dat toch iets te gemakkelijk. Ik vraag de minister er eens over te denken of we hier misschien niet wat kaders voor kunnen instellen. Dat raakt aan het amendement dat mevrouw Kooiman al heeft aangemeld en waar ik mijn naam onder heb laten zetten. Dat doet een poging om gemeenten een kader en handvatten te bieden voor de invulling van de basiszorg van de lokale brandweer. Ik heb het daarbij niet over crises en rampen.

Ik heb zelf het amendement op stuk nr. 11 ingediend, waarmee ik de lokale binding en betrokkenheid vanuit de basis wil versterken door de mogelijkheid van een brandweerburgerraad te creëren. Dat is een poging om wat ijkpunten of mogelijkheden voor te leggen bij het voornemen om in het grote het kleine te organiseren. Zo kan er inbreng blijven vanuit de basis in plaats van dat deze verwijderd raakt van de wat grotere organisatie die ontstaat.

De heer Van Bochove (CDA):

Misschien had ik mijn vraag aan mevrouw Kooiman zo-even al moeten stellen, maar toen heb ik nog even lopen nadenken over wat zij nou precies aankondigde. Nu de heer Slob het heeft over het amendement dat mevrouw Kooiman en hij samen hebben ingediend, zou ik hem de volgende vraag willen stellen. Mevrouw Kooiman verwees al naar het feit dat bijvoorbeeld in Friesland feitelijk al op deze manier gewerkt wordt. Op meerdere plaatsen heeft men ook andere wijzen gevonden om dit te bewerkstelligen en het per regio op te lossen. Is de heer Slob niet bang dat hij regio's met dit amendement door middel van een keurslijf oplegt hoe ze dit precies moeten doen? De kracht van de regio is juist om dit op kleine schaal en op een eigen manier te organiseren.

De heer Slob (ChristenUnie):

Dat is een terechte vraag van de heer Van Bochove. Het is geen keurslijf, maar wel een wettelijke borging van de ruimte die men krijgt en al heeft om kleinschaligheid in het grote een plek te geven en in te vullen. De minister verwees daar zelf al naar. Dit is vergelijkbaar met de uitermate interessante discussie die we hebben gevoerd over de Politiewet. Daarbij zijn we ook met elkaar op zoek gegaan naar dit soort wettelijke ijkpunten. Die geven burgers vertrouwen. Het is dan wettelijk geregeld, we kunnen er gebruik van maken en we kunnen het oppakken. Op die wijze creëren we ook bij het grondvlak een stuk vertrouwen om het kleinschalige te kunnen behouden in een grotere organisatie.

De heer Van Bochove (CDA):

Ik hoor de heer Slob zeggen: we kunnen er gebruik van maken. Met andere woorden: de regio kan in dat verband uiteindelijk ook voor een andere werkwijze kiezen.

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik denk dat het goed is als de heer Van Bochove het definitieve amendement even afwacht. Ik hoop dat het inmiddels uitgedeeld wordt. Hij zal zien dat daarin wel een kader wordt aangegeven -- je hebt immers wat handvatten voor de invulling nodig -- maar dat daarin niet alles is dichtgemetseld. Ik ben het met de heer Van Bochove eens dat het niet goed zou zijn om dat laatste te doen, want dan ga je ze wel heel erg voor de voeten lopen. Dit is juist bedoeld om in onze wetgeving tegemoet te komen aan de zorg dat men wat kwijtraakt en men losraakt van de basis. We bieden wettelijk verankerde mogelijkheden waardoor dat niet per se noodzakelijk is.

Het gaat dan wel om de basisbrandweerzorg en dus niet om crisisbestrijding want dat is een heel ander verhaal, waar je niet dit soort varianten voor moet bedenken.

Mevrouw Berndsen (D66):

Het klinkt natuurlijk wel heel sympathiek, maar de heer Slob wilt nu via zijn amendement hier wettelijk gaan bepalen hoe de regio's vormgegeven worden, terwijl we hier spreken over verlengd bestuur, waarbij de minister steeds meer op afstrand komt te staan. Ik vind dat een beetje haaks op elkaar staan. Acht de heer Slob de veiligheidsregiobesturen niet zelf in staat om met de burgemeesters onderlinge afspraken ter zake te maken?

De heer Slob (ChristenUnie):

Denkt u nog eens even terug aan die interessante discussie over de Politiewet waarin u er volgens mij zelf ook alles aan gedaan hebt door middel van amendementen om die basis te kunnen waarborgen. Volgens mij zijn er nog nooit zo veel amendementen ingediend als toen bij de behandeling van de Politiewet. Dus toen stonden we zij aan zij. Daarnaast zou ik u willen vragen om straks nog even goed naar het amendement te kijken. Dan zult u zien dat echt niet alles wordt dichtgemetseld. Juist in een situatie waarin er nu van bovenaf een structuur wordt opgelegd die mensen losmaakt van die basis, waarbij men altijd dacht dat men in de eigen gemeente de basisbrandweerzorg kon regelen, is het van belang om er iets tussen te plaatsen wat mogelijkheden biedt aan een gemeente of wellicht een paar gemeenten gezamenlijk in een gemeenschappelijke regeling, om toch nog iets van die kleinere schaal vast te houden.

Mevrouw Berndsen (D66):

Ik vind de vergelijking met de nationale politie eerlijk gezegd niet opgaan. Dat is een volstrekt andere organisatie dan die waarover we het hier hebben. We hebben het nu over verlengd bestuur. Juist heel bewust is daarvoor gekozen door het kabinet. Ik acht die burgemeesters zeer wel in staat om, met hun gemeenteraden achter hen, afspraken te maken om wel degelijk kleine clusters te vormen. Ik zie dan ook niet waarom dit van hieruit in een wet moet worden opgenomen. Ik vind dat het dan wel neerkomt op heel erg gedetailleerd regelen.

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik hoor uw opvatting aan; er zit ook niet echt een vraag in. Ik vraag u wel om nog eens goed te kijken naar het amendement. Het debat duurt nog lang, dus we komen elkaar ongetwijfeld nog wel ergens een keer tegen. Uiteraard niet langer dan u er tijd voor hebt uitgetrokken, voorzitter, maar mevrouw Berndsen heeft nog een bijdrage, de minister gaat nog antwoorden en er komt nog een tweede termijn, dus we zijn er nog wel even mee bezig volgens mij. Die brand is nog lang niet geblust.

Op stuk nr. 12 heb ik een amendement ingediend dat beoogt een bepaalde verduidelijking in de wet aan te brengen, in de zin dat de brandweer niet alleen een adviestaak heeft richting overheden en organisaties, maar ook richting burgers. Dat is van cruciaal belang als het gaat om brandpreventie. Dat staat nu niet expliciet in de wet en het is volgens mij goed dat er alsnog in op te nemen. Ik ben ervan overtuigd dat er nog een wereld te winnen is in Nederland als we nog meer zouden investeren in brandpreventie en brandveiligheid. Ook dat is een taak die de brandweer heeft. Ik heb prachtige voorbeelden in Engeland gezien. Het is fascinerend wat er in Liverpool op dat punt gebeurd is, met name in de achterstandswijken. Brand discrimineert niet, zeggen ze wel, maar je ziet met name in bepaalde wijken in steden dat daar vaker een brand uitbreekt dan op andere plekken. Dit zijn onderwerpen waar we in Nederland nog veel meer aan zouden kunnen doen. Laten we dan ook in de wet die adviestaak richting burgers opnemen.

Dan het Instituut Fysieke Veiligheid: in principe akkoord. Wel moeten we oppassen dat dit instituut niet te ver van de werkvloer komt af te staan. Pas op dat we niet loszingen van de basis. Vandaar dat ik hierover een amendement heb ingediend en wel op stuk nr. 14. Dat amendement raakt een beetje aan dat van de heer Van der Staaij op stuk nr. 15. Het enige verschil is dat ik het woord 'brandweerraad" noem en ik ruimte bied om het via andere regelingen verder in te vullen, maar we bedoelen hetzelfde: de basis betrekken bij dit instituut. Dus sluit ik niet uit dat de heer Van der Staaij en ik -- daar hebben we wel wat ervaring mee in de loop van de jaren -- onze amendementen in elkaar kunnen schuiven.

Wij vinden het belangrijk dat de evaluatiebepaling in de wet vastligt. De heer Van Bochove noemde het al. Dat zijn wij eigenlijk ook gewend. Dat hebben wij bij de politie ook gedaan. Ik herinner me nog dat wij bij één regio zelfs een versnelde evaluatie hebben uitgevoerd. Ik vraag de minister dan ook om in te gaan op het amendement op stuk nr. 10.

Ik heb ook een amendement ingediend op stuk nr. 13. Dit betreft een parallel met de Politiewet. In Nederland hebben wij de Stichting Nationaal Brandweer Monument. Het is fantastisch dat, als alles goed gaat -- bij leven en welzijn -- dit jaar eindelijk een brandweermonument zal worden geplaatst en wel in Arnhem. Daarmee wordt respect en waardering uitgesproken voor de brandweer en vooral voor de omgekomen brandweerlieden. Helaas komen ook in Nederland regelmatig brandweerlieden om het leven. Ik zou graag zien dat het ook mogelijk is om tekens van verdienste aan brandweerlieden toe te kennen als dat nodig is. Mijn fractie heeft er eerder voor gepleit dat via de Politiewet voor de politie mogelijk te maken; een Kamermeerderheid was daarvoor. Hetzelfde wil ik graag voor de brandweer. Daartoe heb ik het amendement op stuk nr. 13 ingediend.

Tot slot ga ik nog in op de regierol van de gemeente bij het lokaal veiligheidsbeleid. Wij gaan met integrale veiligheidsplannen werken, maar daarvoor is nog een wijziging van de Gemeentewet nodig. In de Politiewet wordt daar al naar verwezen. Een saillant detail is dat de Politiewet wel al in de Tweede Kamer is behandeld, maar het integraal veiligheidsbeleid nog niet. Maar goed, dat gaat denk ik snel gebeuren. Daar moeten wij dus niet te lang mee wachten. Een ander saillant detail is dat in het wijzigingsvoorstel voor de Gemeentewet alleen maar over de politie wordt gesproken. De brandweer wordt wel genoemd in de nota naar aanleiding van het verslag, maar niet in het wetsvoorstel zelf. Dat is een omissie. Mijn fractie heeft al een amendement voorbereid voor dat wetsvoorstel. Aangezien deze minister verantwoordelijk is voor dit soort zaken, voor het brede overzicht en dergelijke, vragen wij daar even de aandacht voor. Het moet namelijk wel goed gaan.

De operationele leiding bij rampen en crises is nu iets te open geregeld. Dat betekent dat er onduidelijkheid is over de voorbereiding en de operationele coördinatie van dergelijke gebeurtenissen. Wij weten hoe nauw dat luistert. Ik denk alleen maar even aan de gebeurtenissen in Moerdijk en aan andere situaties waar wij mee te maken hebben gehad. Mijn fractie heeft een amendement ter zake in voorbereiding. Misschien wacht ik nog even met het indienen daarvan. Ik zie nu dat mijn medewerker er blijk van geeft dat het amendement al is ingediend. Sorry. Door dit amendement wordt de operationele leiding bij de brandweer neergelegd, terwijl, zoals wij dat in het verleden weleens hebben gedaan, wel ruimte wordt gelaten voor een andere keuze als de situatie daarom vraagt. Eenduidigheid moet wel worden gegeven: die taak ligt gewoon daar en alleen bij uitzondering kan daarvan worden afgeweken. Dan weet iedereen waar hij aan toe is, ook bij de voorbereiding en de coördinatie van dergelijke gebeurtenissen.

Ik wacht de reactie van de minister, ook op de bijdragen van de andere collega's, met belangstelling af.

Voor meer informatie zie ook www.tweedekamer.nl.


Labels
Arie Slob
Bijdragen

« Terug

Archief > 2012 > februari