Inbreng Cynthia Ortega inzake Wijziging Wet aanpassing arbeidsduur bevordering flexibel werken

donderdag 05 april 2012 00:00

Inbreng verslag (wetsvoorstel) van ChristenUnie Tweede Kamerlid Cynthia Ortega-Martijn inzake Voorstel van wet van de leden Van Gent en Van Hijum tot wijziging van de Wet aanpassing arbeidsduur teneinde flexibel werken te bevorderen.

Onderwerp:   Voorstel van wet van de leden Van Gent en Van Hijum tot wijziging van de Wet aanpassing arbeidsduur teneinde flexibel werken te bevorderen

Kamerstuk:   32 889

Datum:            5 april 2012

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennis genomen van het Voorstel van wet van de leden Van Gent en van Hijum tot wijziging van de Wet aanpassing arbeidsduur ten einde flexibel werken te bevorderen. Deze leden willen graag de volgende vragen voorleggen aan de initiatiefnemers.

Inleiding

De leden van de ChristenUnie-fractie stellen vast dat de initiatiefnemers met het wetvoorstel de combinatie van arbeid en privé effectief willen ondersteunen. Wat is de concrete doelstelling van de initiatiefnemers in bijvoorbeeld een bepaald aantal (toegewezen) verzoeken of in de toename van het aantal (gewerkte uren in) deeltijdbanen, zo willen deze leden weten.

De initiatiefnemers geven aan dat binnen het gezin de partners zelf in overleg moeten kunnen bepalen hoe zij arbeid- en zorgtaken combineren, maar tegelijk dat de overheid de arbeidsparticipatie van met name vrouwen verder wil bevorderen. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoe deze twee uitgangspunten zich volgens de initiatiefnemers tot elkaar verhouden.

Wat is volgens de initiatiefnemers de reden dat er op dit moment slechts in 17 % van de CAO’s wordt gesproken van de mogelijkheid van flexibel werken, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Deze leden vragen in hoeverre de initiatiefnemers zicht hebben op de mate waarin er binnen de geboden mogelijkheid van de CAO ook gebruikt wordt gemaakt van flexibel werken. Waarop is de verwachting gebaseerd dat door aanpassing van de wet werknemers en werkgevers vaker in CAO’s aanvullende afspraken zullen maken, zo willen deze leden weten. Deze leden vragen om nadere verduidelijking of volgens de initiatiefnemers CAO-afspraken voor moeten gaan op het wetsvoorstel. Is het wetsvoorstel dan ondergeschikt aan de CAO-afspraken, zo vragen deze leden.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen om een nadere onderbouwing over de wijze waarop het wetsvoorstel een bijdrage levert aan de gewenste cultuuromslag. Deze leden vragen of de vergelijking die de initiatiefnemers met de ‘Employment Act’ maken wel op gaat, aangezien het effect in het Verenigd Koninkrijk groot was vanwege het ontbreken van CAO’s. Waarom verwachten de initiatiefnemers in Nederland waar wel CAO’s bestaan dan ook een positief effect, zo vragen deze leden. Genoemde leden stellen vast dat het regime van het wetsvoorstel zwaarder is dan het principe van ‘a right to ask, a duty to consider’ uit de ‘Employment Act’. Waarom hebben de initiatiefnemers gekozen voor een sterker regime, zo willen deze leden weten.

Genoemde leden vragen of de initiatiefnemers ook andere instrumenten hebben overwogen om het doel van het effectief ondersteunen van de combinatie van arbeid en privé te bereiken. Welke mogelijkheden hebben de initiatiefnemers dan overwogen en waarom hebben zij hier niet voor gekozen, zo willen deze leden weten.

Hoe krijgt de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de werkgever en de werknemer voor een goede arbeidsrelatie met de bijbehorende gesprekken een plaats in het wetsvoorstel, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Deze leden vragen op welke wijze er rekening mee wordt gehouden dat de vaardigheden en competenties van leidinggevenden en werknemers ook van groot belang zijn om flexibel werken mogelijk te maken. Hoe wordt door de initiatiefnemers er bovendien rekening mee gehouden dat de meeste werknemers structuur willen en niet zitten te wachten op thuiswerken (Nationaal Onderzoek Over Het Nieuwe Werken 2011), zo willen deze leden weten.

De initiatiefnemers trekken de conclusie dat de WAA de groei van deeltijdbanen heeft gestimuleerd. Kunnen de initiatiefnemers met cijfers onderbouwen waarop deze conclusie is gebaseerd en zo aantonen dat de groei van deeltijdbanen na de inwerkingtreding van de WAA sterker is gegroeid, zo vragen deze leden.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen om een toelichting waarom de initiatiefnemers in het wetsvoorstel zelf niet hebben voorzien in de mogelijkheid om een tijdelijke aanpassing van de arbeidsduur te vragen en in het opnemen van een regeling voor bijzondere omstandigheden, terwijl dit wel in de memorie van toelichting wordt genoemd. Deze leden vragen in hoeverre het wetsvoorstel ook bijdraagt aan het realiseren van schooltijdbanen.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen om een nadere uitleg waarom voor een verzoek met betrekking tot de arbeidsplaats dezelfde eisen worden gesteld als bij het verzoek om de arbeidsduur en werktijd te wijzigen. Hoe wordt er rekening mee gehouden dat de randvoorwaarden groter en ingewikkelder zijn bij thuiswerken, zo willen deze leden weten. Deze leden vragen om een toelichting van de initiatiefnemers waarom er expliciet wordt gesproken over een ministeriële regeling om afspraken over de voorzieningen die nodig zijn voor een werkplek thuis te regelen. Welke aanpassingen zouden bij ministeriële regeling geregeld kunnen worden, zo willen deze leden weten. Deze leden vragen waarom de initiatiefnemers ven mening zijn dat dit niet via de CAO kan worden geregeld.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen om onderbouwde reactie op de bezwaren van Actal en het advies om de behandeling van het wetsvoorstel aan te houden totdat met de door Actal ingebrachte opmerkingen is rekening gehouden. Zijn de initiatiefnemers van plan om de opmerkingen van Actal over te nemen, zo willen deze leden weten. Deze leden vragen welke aspecten de initiatiefnemers dan willen wijzigen aan het huidige wetvoorstel. Zo nee, waarom kiezen de initiatiefnemers hier dan niet voor?

Kunnen de initiatiefnemers toelichten op basis van welke criteria en doelstellingen de wet geëvalueerd dient te worden, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Deze leden willen weten of daarbij naast aspecten zoals het aantal (gewerkte uren in) deeltijdbanen ook de verwachte stijging van de productiviteit en tevredenheid van werknemers wordt meegenomen.

Artikelsgewijs

ARTIKEL I, artikel 7 lid 10

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de initiatiefnemers met voorbeelden kunnen concretiseren wanneer er sprake is van ernstige problemen op het gebied van veiligheid, roostertechnische problemen of problemen van financiële en organisatorische aard? Hoe wordt hierbij rekening gehouden met de omvang van het bedrijf en ander specifieke bedrijfskenmerken, zo willen deze leden weten. Deze leden vragen of het voorgestelde regime anders voor bijvoorbeeld het MKB niet te grote nadelige effecten heeft.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

 


Labels
Bijdragen
Cynthia Ortega

« Terug

Archief > 2012 > april